Kill the paywall

Koetjes en kalfjes

Moderator: Moderators

Gebruikersavatar
BTID
Newbie
Newbie
Berichten: 84
Lid geworden op: 15 jul 2019, 14:20

Re: Kill the paywall

Bericht door BTID » 08 nov 2019, 13:50

Diagne verdeelt Brugse spelersgroep: dit gebeurde in de kleedkamer na noodlottige penalty

https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf201911 ... DoJSdSdAdY

Edit: al gevonden in Mbaye Diagne topic

Yann
Senior Member
Senior Member
Berichten: 1388
Lid geworden op: 20 jan 2016, 12:57
Locatie: Elsene

Re: Kill the paywall

Bericht door Yann » 08 nov 2019, 13:52


El Barto
Junior Member
Junior Member
Berichten: 901
Lid geworden op: 20 jan 2016, 13:16
Locatie: Lotenhulle
Vak: 212

Re: Kill the paywall

Bericht door El Barto » 08 nov 2019, 15:20

Yann schreef:
08 nov 2019, 13:52
https://m.hln.be/de-krant/-vergeten-beg ... ~a20458d8/

Kan iemand dit posten?
Spoiler:
‘Vergeten begraafplaats’ met 599 gesneuvelde Belgen ligt er verkommerd bij

Op honderden kerkhoven bij ons schalt maandag een klaroen, maar op de Belgische begraafplaats in het Franse Neuville-sous-Montreuil blijft het wellicht muisstil op Wapenstilstand. Hoogstens zullen er koeien loeien, terwijl ze lustig grazen bovenop 599 landgenoten die in WO I sneuvelden. Het vergeten kerkhof werd pas vijf jaar geleden herontdekt, maar is nog steeds niets meer dan een troosteloze wei. En dat omdat de eigenaar, een landbouwer, dwars ligt.

In de tweehonderd meter lange dorpskern van het Noord-Franse Neuville-sous-Montreuil wijzen twee pijlen - eentje in het Frans, de ander in het Engels - richting een hobbelige zijweg die lichtjes helt, waar een Cimetière Indien/Indian Cemetery zou liggen. Vijftig meter verder op dat pad staat nog een pijl en honderd meter verder ligt effectief een kleine begraafplaats van 28 Indiase soldaten, die hier tijdens WO I het leven hebben gelaten. De pelouse tussen de smetteloze, keurige zerken lijkt wel kunstgras - gemillimeterd en kruidvrij. Geen grasspriet durft over de nauwkeurig afgestoken graskanten te piepen.

Het is pakkend om hier te staan. Wetend dat vele bezoekers het op deze plek stil maken om deze 28 Indiërs op hun laatste rustplaats te eren, terwijl diezelfde bezoekers een halve minuut eerder - misschien al grappend of gillend - nog het graf van 599 Belgische oorlogsslachtoffers straal voorbij gelopen zijn. Maar verwijt het hen maar eens. Het Belgische kerkhof is niet meer of minder dan een weide, bezaaid met koeienvlaaien, afgebakend met schots en scheve en met mos begroeide houten paaltjes, die zes slingers prikkeldraad op hun plek houden.

Dat onder het lange gras toch een begraafplaats schuilt, wordt enkel verraden door de restanten van een sokkel waarop ooit een groot kruis stond. Eenmaal je het weet, merk je ook dat de weide van twintig op tachtig meter als een kleine heuvel boven de andere velden uitsteekt. Wellicht werden in de jaren 50 alle kruisen verwijderd en de graven bedolven onder enkele tonnen aarde. Het kerkhof was weg. Vergeten. Niemand die er nog over sprak.

Tot vijf jaar geleden. Toen vond ene Annick Lefranc in de archieven van de gemeente informatie over een Belgische begraafplaats. Ze kwam in contact met de West-Vlaamse heemkundige Aurel Sercu, die zich samen met familiekundige Joeri Stekelorum over precies zeshonderd overlijdensakten uit Neuville-sous-Montreuil boog. Eén van de zeshonderd overledenen zou in het dorp zelf hebben gewoond, de rest staat gecatalogeerd als ’Belge hospitalisé’. 599 landgenoten, dus. Mannen, vrouwen, kinderen, baby’s. Of er effectief precies 599 Belgen begraven liggen, is echter nog niet helemaal zeker - mogelijk werden enkelen alsnog naar België gerepatrieerd.

De reden waarom zoveel landgenoten hier rusten, ligt enkele honderden meters verderop, in la Chartreuse Notre-Dame-des-Prés, het imposante kartuizerklooster dat in 1324 gebouwd werd. In de daaropvolgende eeuwen werd het meermaals met de grond gelijkgemaakt. De laatste keer tijdens de Franse Revolutie, waarna kerkarchitect Clovis Normand in 1871 de abdij liet heropbouwen tot hoe ze er nu uitziet. Er woonden 24 pères en evenveel frères. Frères knapten het werk op en hielden het klooster draaiende, zodat de pères hun onverdeelde aandacht aan God konden schenken. Ze leefden als kluizenaars in kleine huisjes met eigen tuintje, maar hadden verder nog 18.000 m2 aan gebouwen en een park van 12 hectare om de zin van het leven te vinden. La Chartreuse was vooral beroemd voor haar indrukwekkende drukkerij, die heel Europa voorzag van boeken.

Bij het begin van vorige eeuw was de pret uit, toen strenge wetten een scheiding van kerk en staat nastreefden. De kartuizers verkasten via Doornik richting Sussex, samen met hun drukpersen en bibliotheek van wel twaalfduizend boeken. Het klooster werd een sanatorium, waar zieken rustig konden herstellen, tot WO I uitbrak. Even was het een ziekenhuis voor Franse militairen maar vanaf april 1915 verbleven er haast uitsluitend Belgische burgers. Het was toen dat de Duitsers bij de Tweede Slag om Ieper hun zwaar geschut in stelling hadden gebracht - voor ze op 22 april met chloorgas een doorbraak probeerden te forceren. Veel Westhoekers sloegen op de vlucht - op het einde van de oorlog telde Frankrijk ruim 300.000 Belgische vluchtelingen - en La Chartreuse opende de deuren. Het was de geknipte plek om zieken en vluchtelingen op te vangen: vlot bereikbaar via wegen en sporen en niet pal in het dorp, waardoor de plaatselijke bevolking geen besmettingen hoefde te vrezen.

De Belgische regering, die in ballingschap vertoefde in Sainte-Adresse, vroeg aan dokter Emile Vermeersch uit Diksmuide om het ziekenhuis te leiden. Later nam een Luikse gynaecoloog over. Er werkte een team van vijftien artsen en vijftig ziekenzusters en er verbleven op elk moment zevenhonderd tot duizend landgenoten. In vier jaar tijd vonden zo’n vijfduizend Belgen er onderdak. Nog meer dan een ziekenhuis was het eigenlijk een klein dorp, compleet met een naaister, bakker, timmerman en kruidenier. De mannen onderhielden de gronden en gebouwen, de vrouwen deden het huishouden. Kinderen kregen les in een schoolkolonie. Tot zover het gewone vrolijke leven, want oorlogswonden, tyfus, Spaanse griep en de slopende lange vlucht eisten hun tol. De doden - tot wel vijf per dag - werden in een rouwstoet naar een weide gebracht, die van de lokale boer mocht dienstdoen als dodenakker.

Hoe kan het dat een kerkhof, waar evenveel doden rusten als er mensen in het dorp leven, in de loop der jaren zomaar is verdwenen? ”Ça, c’est la question. Niemand die het lijkt te weten”, zegt burgemeester Daniel Bourdelle - nochtans zelf geboren in de jaren 40. Hij krult de puntjes van zijn snor naar boven en vertelt dat ook hij het jammer vindt dat het nieuwe herdenkingsbord op honderden meters van het feitelijke kerkhof ligt. Dat zelfs het dichtste infoplakkaat vijftig meter van de weide staat. “We zouden graag een bord of een gedenksteen aan het kerkhof zelf plaatsen, maar dat is niet mogelijk. De eigenaar wil het niet en wij hebben juridisch geen poot om op te staan. Ook aan de kant van de weg kunnen we als gemeente niets plaatsen.”

De eigenaar, de vijfde generatie van een familie landbouwers, ligt al jaren dwars. Naar verluidt gaat hij zelfs zo ver dat hij bloemstukken die Vlaamse nabestaanden aan de kant van de weg leggen, meteen weggooit. Wanneer we de burgemeester vragen waarom de man alle medewerking weigert, begint hij rond de pot te draaien. “In het begin hadden we geen goede relatie, maar ik heb het gevoel dat het nu stilaan betert. Maar ik wil niets forceren. C’est compliqué.” Waarom het gecompliceerd is? “Er zijn in het verleden problemen geweest.” Welke problemen? Geen antwoord. Of de eigenaar van de weide en hij bons amis zijn? “Ooit komt het goed, denk ik. Ik heb goede hoop.” Met zijn rechterduim en -wijsvinger geeft de burgemeester zijn moustache andermaal vorm. In het dorp wordt gefluisterd dat een geweigerde vergunning voor de boer een rol speelt in de vete. En dat er ook politieke motieven zijn. De boer zelf geeft niet thuis. Aan de overkant van de straat gebaart zijn vader van krommenaas wanneer we naar het vergeten kerkhof vragen. “Daar ben ik niet van op de hoogte.”

Alle schuld op een kneuterige dorpsvete afschuiven is te makkelijk. De Indiase begraafplaats vlak bij de Belgische is zo perfect onderhouden omdat de Britten die grond kochten en de Commonwealth War Graves Commission er nu zorg voor draagt. De Belgische overheid heeft voor zover bekend nooit initiatief genomen om de grond te kopen en zich erover te ontfermen. Meteen na de oorlog was dat ook niet evident, omdat de Belgen die in eigen land waren gebleven niet bepaald positief stonden tegenover zij die gevlucht waren. De herinnering aan de gestorven vluchtelingen levendig houden, stond niet op hun prioriteitenlijstje.

Burgemeester Bourdelle ziet het glas halfvol. “Decennialang wist niemand van het bestaan van het kerkhof af. Nu zijn er tenminste al plakkaten aangebracht die het verhaal van de Belgen vertellen. We zijn dus op de goede weg.” Volgens Joris Saerens, die al enkele jaren onderzoek naar het kerkhof doet, vragen nabestaanden ook niet zo veel meer. “De doden mogen blijven rusten: niemand eist dat de weide omgeploegd wordt en de begraafplaats in zijn oorspronkelijke staat hersteld wordt. Maar een mooi gedenkbord vlak voor de weide, waarbij familieleden ongestoord bloemen kunnen neerleggen: dat is toch het minste dat we kunnen doen om de overledenen te eren?”

Eén van de eersten die begraven werd op het kerkhof, was Yvonne Mesdom uit Ieper. Ze was zestien toen ze in 1915 in een schuilkelder kroop met haar vader en zussen - hun moeder was eerder dat jaar al gestorven aan tyfus. De kelder werd geraakt door de Duitsers: Yvonne verloor een hand en had een verbrijzeld been. In de zoektocht naar hulp belandde de familie uiteindelijk in la Chartreuse, waar Yvonne op 9 juli 1915 stierf aan haar verwondingen. Ze kreeg een uitvaartdienst en werd begeleid naar het kerkhof.

Gebruikersavatar
Linkert
Addicted Member
Addicted Member
Berichten: 2921
Lid geworden op: 20 jan 2016, 12:29
Locatie: Deurne-Diest
Vak: Deurne-noord

Re: Kill the paywall

Bericht door Linkert » 08 nov 2019, 16:07

El Barto schreef:
08 nov 2019, 15:20
Yann schreef:
08 nov 2019, 13:52
https://m.hln.be/de-krant/-vergeten-beg ... ~a20458d8/

Kan iemand dit posten?
Spoiler:
‘Vergeten begraafplaats’ met 599 gesneuvelde Belgen ligt er verkommerd bij

Op honderden kerkhoven bij ons schalt maandag een klaroen, maar op de Belgische begraafplaats in het Franse Neuville-sous-Montreuil blijft het wellicht muisstil op Wapenstilstand. Hoogstens zullen er koeien loeien, terwijl ze lustig grazen bovenop 599 landgenoten die in WO I sneuvelden. Het vergeten kerkhof werd pas vijf jaar geleden herontdekt, maar is nog steeds niets meer dan een troosteloze wei. En dat omdat de eigenaar, een landbouwer, dwars ligt.

In de tweehonderd meter lange dorpskern van het Noord-Franse Neuville-sous-Montreuil wijzen twee pijlen - eentje in het Frans, de ander in het Engels - richting een hobbelige zijweg die lichtjes helt, waar een Cimetière Indien/Indian Cemetery zou liggen. Vijftig meter verder op dat pad staat nog een pijl en honderd meter verder ligt effectief een kleine begraafplaats van 28 Indiase soldaten, die hier tijdens WO I het leven hebben gelaten. De pelouse tussen de smetteloze, keurige zerken lijkt wel kunstgras - gemillimeterd en kruidvrij. Geen grasspriet durft over de nauwkeurig afgestoken graskanten te piepen.

Het is pakkend om hier te staan. Wetend dat vele bezoekers het op deze plek stil maken om deze 28 Indiërs op hun laatste rustplaats te eren, terwijl diezelfde bezoekers een halve minuut eerder - misschien al grappend of gillend - nog het graf van 599 Belgische oorlogsslachtoffers straal voorbij gelopen zijn. Maar verwijt het hen maar eens. Het Belgische kerkhof is niet meer of minder dan een weide, bezaaid met koeienvlaaien, afgebakend met schots en scheve en met mos begroeide houten paaltjes, die zes slingers prikkeldraad op hun plek houden.

Dat onder het lange gras toch een begraafplaats schuilt, wordt enkel verraden door de restanten van een sokkel waarop ooit een groot kruis stond. Eenmaal je het weet, merk je ook dat de weide van twintig op tachtig meter als een kleine heuvel boven de andere velden uitsteekt. Wellicht werden in de jaren 50 alle kruisen verwijderd en de graven bedolven onder enkele tonnen aarde. Het kerkhof was weg. Vergeten. Niemand die er nog over sprak.

Tot vijf jaar geleden. Toen vond ene Annick Lefranc in de archieven van de gemeente informatie over een Belgische begraafplaats. Ze kwam in contact met de West-Vlaamse heemkundige Aurel Sercu, die zich samen met familiekundige Joeri Stekelorum over precies zeshonderd overlijdensakten uit Neuville-sous-Montreuil boog. Eén van de zeshonderd overledenen zou in het dorp zelf hebben gewoond, de rest staat gecatalogeerd als ’Belge hospitalisé’. 599 landgenoten, dus. Mannen, vrouwen, kinderen, baby’s. Of er effectief precies 599 Belgen begraven liggen, is echter nog niet helemaal zeker - mogelijk werden enkelen alsnog naar België gerepatrieerd.

De reden waarom zoveel landgenoten hier rusten, ligt enkele honderden meters verderop, in la Chartreuse Notre-Dame-des-Prés, het imposante kartuizerklooster dat in 1324 gebouwd werd. In de daaropvolgende eeuwen werd het meermaals met de grond gelijkgemaakt. De laatste keer tijdens de Franse Revolutie, waarna kerkarchitect Clovis Normand in 1871 de abdij liet heropbouwen tot hoe ze er nu uitziet. Er woonden 24 pères en evenveel frères. Frères knapten het werk op en hielden het klooster draaiende, zodat de pères hun onverdeelde aandacht aan God konden schenken. Ze leefden als kluizenaars in kleine huisjes met eigen tuintje, maar hadden verder nog 18.000 m2 aan gebouwen en een park van 12 hectare om de zin van het leven te vinden. La Chartreuse was vooral beroemd voor haar indrukwekkende drukkerij, die heel Europa voorzag van boeken.

Bij het begin van vorige eeuw was de pret uit, toen strenge wetten een scheiding van kerk en staat nastreefden. De kartuizers verkasten via Doornik richting Sussex, samen met hun drukpersen en bibliotheek van wel twaalfduizend boeken. Het klooster werd een sanatorium, waar zieken rustig konden herstellen, tot WO I uitbrak. Even was het een ziekenhuis voor Franse militairen maar vanaf april 1915 verbleven er haast uitsluitend Belgische burgers. Het was toen dat de Duitsers bij de Tweede Slag om Ieper hun zwaar geschut in stelling hadden gebracht - voor ze op 22 april met chloorgas een doorbraak probeerden te forceren. Veel Westhoekers sloegen op de vlucht - op het einde van de oorlog telde Frankrijk ruim 300.000 Belgische vluchtelingen - en La Chartreuse opende de deuren. Het was de geknipte plek om zieken en vluchtelingen op te vangen: vlot bereikbaar via wegen en sporen en niet pal in het dorp, waardoor de plaatselijke bevolking geen besmettingen hoefde te vrezen.

De Belgische regering, die in ballingschap vertoefde in Sainte-Adresse, vroeg aan dokter Emile Vermeersch uit Diksmuide om het ziekenhuis te leiden. Later nam een Luikse gynaecoloog over. Er werkte een team van vijftien artsen en vijftig ziekenzusters en er verbleven op elk moment zevenhonderd tot duizend landgenoten. In vier jaar tijd vonden zo’n vijfduizend Belgen er onderdak. Nog meer dan een ziekenhuis was het eigenlijk een klein dorp, compleet met een naaister, bakker, timmerman en kruidenier. De mannen onderhielden de gronden en gebouwen, de vrouwen deden het huishouden. Kinderen kregen les in een schoolkolonie. Tot zover het gewone vrolijke leven, want oorlogswonden, tyfus, Spaanse griep en de slopende lange vlucht eisten hun tol. De doden - tot wel vijf per dag - werden in een rouwstoet naar een weide gebracht, die van de lokale boer mocht dienstdoen als dodenakker.

Hoe kan het dat een kerkhof, waar evenveel doden rusten als er mensen in het dorp leven, in de loop der jaren zomaar is verdwenen? ”Ça, c’est la question. Niemand die het lijkt te weten”, zegt burgemeester Daniel Bourdelle - nochtans zelf geboren in de jaren 40. Hij krult de puntjes van zijn snor naar boven en vertelt dat ook hij het jammer vindt dat het nieuwe herdenkingsbord op honderden meters van het feitelijke kerkhof ligt. Dat zelfs het dichtste infoplakkaat vijftig meter van de weide staat. “We zouden graag een bord of een gedenksteen aan het kerkhof zelf plaatsen, maar dat is niet mogelijk. De eigenaar wil het niet en wij hebben juridisch geen poot om op te staan. Ook aan de kant van de weg kunnen we als gemeente niets plaatsen.”

De eigenaar, de vijfde generatie van een familie landbouwers, ligt al jaren dwars. Naar verluidt gaat hij zelfs zo ver dat hij bloemstukken die Vlaamse nabestaanden aan de kant van de weg leggen, meteen weggooit. Wanneer we de burgemeester vragen waarom de man alle medewerking weigert, begint hij rond de pot te draaien. “In het begin hadden we geen goede relatie, maar ik heb het gevoel dat het nu stilaan betert. Maar ik wil niets forceren. C’est compliqué.” Waarom het gecompliceerd is? “Er zijn in het verleden problemen geweest.” Welke problemen? Geen antwoord. Of de eigenaar van de weide en hij bons amis zijn? “Ooit komt het goed, denk ik. Ik heb goede hoop.” Met zijn rechterduim en -wijsvinger geeft de burgemeester zijn moustache andermaal vorm. In het dorp wordt gefluisterd dat een geweigerde vergunning voor de boer een rol speelt in de vete. En dat er ook politieke motieven zijn. De boer zelf geeft niet thuis. Aan de overkant van de straat gebaart zijn vader van krommenaas wanneer we naar het vergeten kerkhof vragen. “Daar ben ik niet van op de hoogte.”

Alle schuld op een kneuterige dorpsvete afschuiven is te makkelijk. De Indiase begraafplaats vlak bij de Belgische is zo perfect onderhouden omdat de Britten die grond kochten en de Commonwealth War Graves Commission er nu zorg voor draagt. De Belgische overheid heeft voor zover bekend nooit initiatief genomen om de grond te kopen en zich erover te ontfermen. Meteen na de oorlog was dat ook niet evident, omdat de Belgen die in eigen land waren gebleven niet bepaald positief stonden tegenover zij die gevlucht waren. De herinnering aan de gestorven vluchtelingen levendig houden, stond niet op hun prioriteitenlijstje.

Burgemeester Bourdelle ziet het glas halfvol. “Decennialang wist niemand van het bestaan van het kerkhof af. Nu zijn er tenminste al plakkaten aangebracht die het verhaal van de Belgen vertellen. We zijn dus op de goede weg.” Volgens Joris Saerens, die al enkele jaren onderzoek naar het kerkhof doet, vragen nabestaanden ook niet zo veel meer. “De doden mogen blijven rusten: niemand eist dat de weide omgeploegd wordt en de begraafplaats in zijn oorspronkelijke staat hersteld wordt. Maar een mooi gedenkbord vlak voor de weide, waarbij familieleden ongestoord bloemen kunnen neerleggen: dat is toch het minste dat we kunnen doen om de overledenen te eren?”

Eén van de eersten die begraven werd op het kerkhof, was Yvonne Mesdom uit Ieper. Ze was zestien toen ze in 1915 in een schuilkelder kroop met haar vader en zussen - hun moeder was eerder dat jaar al gestorven aan tyfus. De kelder werd geraakt door de Duitsers: Yvonne verloor een hand en had een verbrijzeld been. In de zoektocht naar hulp belandde de familie uiteindelijk in la Chartreuse, waar Yvonne op 9 juli 1915 stierf aan haar verwondingen. Ze kreeg een uitvaartdienst en werd begeleid naar het kerkhof.
Zou het mogelijk zijn de foto's ook even te plaatsen? :oops:

cis19
Oldie
Oldie
Berichten: 5128
Lid geworden op: 29 jun 2017, 14:47
Locatie: brugge
Vak: 424

Re: Kill the paywall

Bericht door cis19 » 08 nov 2019, 16:29

Linkert schreef:
08 nov 2019, 16:07
El Barto schreef:
08 nov 2019, 15:20
Yann schreef:
08 nov 2019, 13:52
https://m.hln.be/de-krant/-vergeten-beg ... ~a20458d8/

Kan iemand dit posten?
Spoiler:
‘Vergeten begraafplaats’ met 599 gesneuvelde Belgen ligt er verkommerd bij

Op honderden kerkhoven bij ons schalt maandag een klaroen, maar op de Belgische begraafplaats in het Franse Neuville-sous-Montreuil blijft het wellicht muisstil op Wapenstilstand. Hoogstens zullen er koeien loeien, terwijl ze lustig grazen bovenop 599 landgenoten die in WO I sneuvelden. Het vergeten kerkhof werd pas vijf jaar geleden herontdekt, maar is nog steeds niets meer dan een troosteloze wei. En dat omdat de eigenaar, een landbouwer, dwars ligt.

In de tweehonderd meter lange dorpskern van het Noord-Franse Neuville-sous-Montreuil wijzen twee pijlen - eentje in het Frans, de ander in het Engels - richting een hobbelige zijweg die lichtjes helt, waar een Cimetière Indien/Indian Cemetery zou liggen. Vijftig meter verder op dat pad staat nog een pijl en honderd meter verder ligt effectief een kleine begraafplaats van 28 Indiase soldaten, die hier tijdens WO I het leven hebben gelaten. De pelouse tussen de smetteloze, keurige zerken lijkt wel kunstgras - gemillimeterd en kruidvrij. Geen grasspriet durft over de nauwkeurig afgestoken graskanten te piepen.

Het is pakkend om hier te staan. Wetend dat vele bezoekers het op deze plek stil maken om deze 28 Indiërs op hun laatste rustplaats te eren, terwijl diezelfde bezoekers een halve minuut eerder - misschien al grappend of gillend - nog het graf van 599 Belgische oorlogsslachtoffers straal voorbij gelopen zijn. Maar verwijt het hen maar eens. Het Belgische kerkhof is niet meer of minder dan een weide, bezaaid met koeienvlaaien, afgebakend met schots en scheve en met mos begroeide houten paaltjes, die zes slingers prikkeldraad op hun plek houden.

Dat onder het lange gras toch een begraafplaats schuilt, wordt enkel verraden door de restanten van een sokkel waarop ooit een groot kruis stond. Eenmaal je het weet, merk je ook dat de weide van twintig op tachtig meter als een kleine heuvel boven de andere velden uitsteekt. Wellicht werden in de jaren 50 alle kruisen verwijderd en de graven bedolven onder enkele tonnen aarde. Het kerkhof was weg. Vergeten. Niemand die er nog over sprak.

Tot vijf jaar geleden. Toen vond ene Annick Lefranc in de archieven van de gemeente informatie over een Belgische begraafplaats. Ze kwam in contact met de West-Vlaamse heemkundige Aurel Sercu, die zich samen met familiekundige Joeri Stekelorum over precies zeshonderd overlijdensakten uit Neuville-sous-Montreuil boog. Eén van de zeshonderd overledenen zou in het dorp zelf hebben gewoond, de rest staat gecatalogeerd als ’Belge hospitalisé’. 599 landgenoten, dus. Mannen, vrouwen, kinderen, baby’s. Of er effectief precies 599 Belgen begraven liggen, is echter nog niet helemaal zeker - mogelijk werden enkelen alsnog naar België gerepatrieerd.

De reden waarom zoveel landgenoten hier rusten, ligt enkele honderden meters verderop, in la Chartreuse Notre-Dame-des-Prés, het imposante kartuizerklooster dat in 1324 gebouwd werd. In de daaropvolgende eeuwen werd het meermaals met de grond gelijkgemaakt. De laatste keer tijdens de Franse Revolutie, waarna kerkarchitect Clovis Normand in 1871 de abdij liet heropbouwen tot hoe ze er nu uitziet. Er woonden 24 pères en evenveel frères. Frères knapten het werk op en hielden het klooster draaiende, zodat de pères hun onverdeelde aandacht aan God konden schenken. Ze leefden als kluizenaars in kleine huisjes met eigen tuintje, maar hadden verder nog 18.000 m2 aan gebouwen en een park van 12 hectare om de zin van het leven te vinden. La Chartreuse was vooral beroemd voor haar indrukwekkende drukkerij, die heel Europa voorzag van boeken.

Bij het begin van vorige eeuw was de pret uit, toen strenge wetten een scheiding van kerk en staat nastreefden. De kartuizers verkasten via Doornik richting Sussex, samen met hun drukpersen en bibliotheek van wel twaalfduizend boeken. Het klooster werd een sanatorium, waar zieken rustig konden herstellen, tot WO I uitbrak. Even was het een ziekenhuis voor Franse militairen maar vanaf april 1915 verbleven er haast uitsluitend Belgische burgers. Het was toen dat de Duitsers bij de Tweede Slag om Ieper hun zwaar geschut in stelling hadden gebracht - voor ze op 22 april met chloorgas een doorbraak probeerden te forceren. Veel Westhoekers sloegen op de vlucht - op het einde van de oorlog telde Frankrijk ruim 300.000 Belgische vluchtelingen - en La Chartreuse opende de deuren. Het was de geknipte plek om zieken en vluchtelingen op te vangen: vlot bereikbaar via wegen en sporen en niet pal in het dorp, waardoor de plaatselijke bevolking geen besmettingen hoefde te vrezen.

De Belgische regering, die in ballingschap vertoefde in Sainte-Adresse, vroeg aan dokter Emile Vermeersch uit Diksmuide om het ziekenhuis te leiden. Later nam een Luikse gynaecoloog over. Er werkte een team van vijftien artsen en vijftig ziekenzusters en er verbleven op elk moment zevenhonderd tot duizend landgenoten. In vier jaar tijd vonden zo’n vijfduizend Belgen er onderdak. Nog meer dan een ziekenhuis was het eigenlijk een klein dorp, compleet met een naaister, bakker, timmerman en kruidenier. De mannen onderhielden de gronden en gebouwen, de vrouwen deden het huishouden. Kinderen kregen les in een schoolkolonie. Tot zover het gewone vrolijke leven, want oorlogswonden, tyfus, Spaanse griep en de slopende lange vlucht eisten hun tol. De doden - tot wel vijf per dag - werden in een rouwstoet naar een weide gebracht, die van de lokale boer mocht dienstdoen als dodenakker.

Hoe kan het dat een kerkhof, waar evenveel doden rusten als er mensen in het dorp leven, in de loop der jaren zomaar is verdwenen? ”Ça, c’est la question. Niemand die het lijkt te weten”, zegt burgemeester Daniel Bourdelle - nochtans zelf geboren in de jaren 40. Hij krult de puntjes van zijn snor naar boven en vertelt dat ook hij het jammer vindt dat het nieuwe herdenkingsbord op honderden meters van het feitelijke kerkhof ligt. Dat zelfs het dichtste infoplakkaat vijftig meter van de weide staat. “We zouden graag een bord of een gedenksteen aan het kerkhof zelf plaatsen, maar dat is niet mogelijk. De eigenaar wil het niet en wij hebben juridisch geen poot om op te staan. Ook aan de kant van de weg kunnen we als gemeente niets plaatsen.”

De eigenaar, de vijfde generatie van een familie landbouwers, ligt al jaren dwars. Naar verluidt gaat hij zelfs zo ver dat hij bloemstukken die Vlaamse nabestaanden aan de kant van de weg leggen, meteen weggooit. Wanneer we de burgemeester vragen waarom de man alle medewerking weigert, begint hij rond de pot te draaien. “In het begin hadden we geen goede relatie, maar ik heb het gevoel dat het nu stilaan betert. Maar ik wil niets forceren. C’est compliqué.” Waarom het gecompliceerd is? “Er zijn in het verleden problemen geweest.” Welke problemen? Geen antwoord. Of de eigenaar van de weide en hij bons amis zijn? “Ooit komt het goed, denk ik. Ik heb goede hoop.” Met zijn rechterduim en -wijsvinger geeft de burgemeester zijn moustache andermaal vorm. In het dorp wordt gefluisterd dat een geweigerde vergunning voor de boer een rol speelt in de vete. En dat er ook politieke motieven zijn. De boer zelf geeft niet thuis. Aan de overkant van de straat gebaart zijn vader van krommenaas wanneer we naar het vergeten kerkhof vragen. “Daar ben ik niet van op de hoogte.”

Alle schuld op een kneuterige dorpsvete afschuiven is te makkelijk. De Indiase begraafplaats vlak bij de Belgische is zo perfect onderhouden omdat de Britten die grond kochten en de Commonwealth War Graves Commission er nu zorg voor draagt. De Belgische overheid heeft voor zover bekend nooit initiatief genomen om de grond te kopen en zich erover te ontfermen. Meteen na de oorlog was dat ook niet evident, omdat de Belgen die in eigen land waren gebleven niet bepaald positief stonden tegenover zij die gevlucht waren. De herinnering aan de gestorven vluchtelingen levendig houden, stond niet op hun prioriteitenlijstje.

Burgemeester Bourdelle ziet het glas halfvol. “Decennialang wist niemand van het bestaan van het kerkhof af. Nu zijn er tenminste al plakkaten aangebracht die het verhaal van de Belgen vertellen. We zijn dus op de goede weg.” Volgens Joris Saerens, die al enkele jaren onderzoek naar het kerkhof doet, vragen nabestaanden ook niet zo veel meer. “De doden mogen blijven rusten: niemand eist dat de weide omgeploegd wordt en de begraafplaats in zijn oorspronkelijke staat hersteld wordt. Maar een mooi gedenkbord vlak voor de weide, waarbij familieleden ongestoord bloemen kunnen neerleggen: dat is toch het minste dat we kunnen doen om de overledenen te eren?”

Eén van de eersten die begraven werd op het kerkhof, was Yvonne Mesdom uit Ieper. Ze was zestien toen ze in 1915 in een schuilkelder kroop met haar vader en zussen - hun moeder was eerder dat jaar al gestorven aan tyfus. De kelder werd geraakt door de Duitsers: Yvonne verloor een hand en had een verbrijzeld been. In de zoektocht naar hulp belandde de familie uiteindelijk in la Chartreuse, waar Yvonne op 9 juli 1915 stierf aan haar verwondingen. Ze kreeg een uitvaartdienst en werd begeleid naar het kerkhof.
Zou het mogelijk zijn de foto's ook even te plaatsen? :oops:
valt niet veel te plaatsen is zoals het beschreven is een weide met enkele koeien en een stenen fundament. Maar zegt wel veel over hoe wij belgen onze oorlogsslachtoffers herdenken, op veel vlaamse kerkhoven heb je nog de vuurkruisers die in een aparte sectie liggen, 2 bemerkingen hierbij meestal zijn deze in slechte toestand, kan men daar nu echt geen middelen voor vrijmaken (enkele miljoenen voor de herdenking van ww1 kon wel maar dat was dan voor het toerisme) en ten tweede zou een woordje uitleg over wat vuurkruisers waren op zijn plaats zijn, een simpel bordje zou al volstaan.

El Barto
Junior Member
Junior Member
Berichten: 901
Lid geworden op: 20 jan 2016, 13:16
Locatie: Lotenhulle
Vak: 212

Re: Kill the paywall

Bericht door El Barto » 08 nov 2019, 16:41

Linkert schreef:
08 nov 2019, 16:07
El Barto schreef:
08 nov 2019, 15:20
Yann schreef:
08 nov 2019, 13:52
https://m.hln.be/de-krant/-vergeten-beg ... ~a20458d8/

Kan iemand dit posten?
Spoiler:
‘Vergeten begraafplaats’ met 599 gesneuvelde Belgen ligt er verkommerd bij

Op honderden kerkhoven bij ons schalt maandag een klaroen, maar op de Belgische begraafplaats in het Franse Neuville-sous-Montreuil blijft het wellicht muisstil op Wapenstilstand. Hoogstens zullen er koeien loeien, terwijl ze lustig grazen bovenop 599 landgenoten die in WO I sneuvelden. Het vergeten kerkhof werd pas vijf jaar geleden herontdekt, maar is nog steeds niets meer dan een troosteloze wei. En dat omdat de eigenaar, een landbouwer, dwars ligt.

In de tweehonderd meter lange dorpskern van het Noord-Franse Neuville-sous-Montreuil wijzen twee pijlen - eentje in het Frans, de ander in het Engels - richting een hobbelige zijweg die lichtjes helt, waar een Cimetière Indien/Indian Cemetery zou liggen. Vijftig meter verder op dat pad staat nog een pijl en honderd meter verder ligt effectief een kleine begraafplaats van 28 Indiase soldaten, die hier tijdens WO I het leven hebben gelaten. De pelouse tussen de smetteloze, keurige zerken lijkt wel kunstgras - gemillimeterd en kruidvrij. Geen grasspriet durft over de nauwkeurig afgestoken graskanten te piepen.

Het is pakkend om hier te staan. Wetend dat vele bezoekers het op deze plek stil maken om deze 28 Indiërs op hun laatste rustplaats te eren, terwijl diezelfde bezoekers een halve minuut eerder - misschien al grappend of gillend - nog het graf van 599 Belgische oorlogsslachtoffers straal voorbij gelopen zijn. Maar verwijt het hen maar eens. Het Belgische kerkhof is niet meer of minder dan een weide, bezaaid met koeienvlaaien, afgebakend met schots en scheve en met mos begroeide houten paaltjes, die zes slingers prikkeldraad op hun plek houden.

Dat onder het lange gras toch een begraafplaats schuilt, wordt enkel verraden door de restanten van een sokkel waarop ooit een groot kruis stond. Eenmaal je het weet, merk je ook dat de weide van twintig op tachtig meter als een kleine heuvel boven de andere velden uitsteekt. Wellicht werden in de jaren 50 alle kruisen verwijderd en de graven bedolven onder enkele tonnen aarde. Het kerkhof was weg. Vergeten. Niemand die er nog over sprak.

Tot vijf jaar geleden. Toen vond ene Annick Lefranc in de archieven van de gemeente informatie over een Belgische begraafplaats. Ze kwam in contact met de West-Vlaamse heemkundige Aurel Sercu, die zich samen met familiekundige Joeri Stekelorum over precies zeshonderd overlijdensakten uit Neuville-sous-Montreuil boog. Eén van de zeshonderd overledenen zou in het dorp zelf hebben gewoond, de rest staat gecatalogeerd als ’Belge hospitalisé’. 599 landgenoten, dus. Mannen, vrouwen, kinderen, baby’s. Of er effectief precies 599 Belgen begraven liggen, is echter nog niet helemaal zeker - mogelijk werden enkelen alsnog naar België gerepatrieerd.

De reden waarom zoveel landgenoten hier rusten, ligt enkele honderden meters verderop, in la Chartreuse Notre-Dame-des-Prés, het imposante kartuizerklooster dat in 1324 gebouwd werd. In de daaropvolgende eeuwen werd het meermaals met de grond gelijkgemaakt. De laatste keer tijdens de Franse Revolutie, waarna kerkarchitect Clovis Normand in 1871 de abdij liet heropbouwen tot hoe ze er nu uitziet. Er woonden 24 pères en evenveel frères. Frères knapten het werk op en hielden het klooster draaiende, zodat de pères hun onverdeelde aandacht aan God konden schenken. Ze leefden als kluizenaars in kleine huisjes met eigen tuintje, maar hadden verder nog 18.000 m2 aan gebouwen en een park van 12 hectare om de zin van het leven te vinden. La Chartreuse was vooral beroemd voor haar indrukwekkende drukkerij, die heel Europa voorzag van boeken.

Bij het begin van vorige eeuw was de pret uit, toen strenge wetten een scheiding van kerk en staat nastreefden. De kartuizers verkasten via Doornik richting Sussex, samen met hun drukpersen en bibliotheek van wel twaalfduizend boeken. Het klooster werd een sanatorium, waar zieken rustig konden herstellen, tot WO I uitbrak. Even was het een ziekenhuis voor Franse militairen maar vanaf april 1915 verbleven er haast uitsluitend Belgische burgers. Het was toen dat de Duitsers bij de Tweede Slag om Ieper hun zwaar geschut in stelling hadden gebracht - voor ze op 22 april met chloorgas een doorbraak probeerden te forceren. Veel Westhoekers sloegen op de vlucht - op het einde van de oorlog telde Frankrijk ruim 300.000 Belgische vluchtelingen - en La Chartreuse opende de deuren. Het was de geknipte plek om zieken en vluchtelingen op te vangen: vlot bereikbaar via wegen en sporen en niet pal in het dorp, waardoor de plaatselijke bevolking geen besmettingen hoefde te vrezen.

De Belgische regering, die in ballingschap vertoefde in Sainte-Adresse, vroeg aan dokter Emile Vermeersch uit Diksmuide om het ziekenhuis te leiden. Later nam een Luikse gynaecoloog over. Er werkte een team van vijftien artsen en vijftig ziekenzusters en er verbleven op elk moment zevenhonderd tot duizend landgenoten. In vier jaar tijd vonden zo’n vijfduizend Belgen er onderdak. Nog meer dan een ziekenhuis was het eigenlijk een klein dorp, compleet met een naaister, bakker, timmerman en kruidenier. De mannen onderhielden de gronden en gebouwen, de vrouwen deden het huishouden. Kinderen kregen les in een schoolkolonie. Tot zover het gewone vrolijke leven, want oorlogswonden, tyfus, Spaanse griep en de slopende lange vlucht eisten hun tol. De doden - tot wel vijf per dag - werden in een rouwstoet naar een weide gebracht, die van de lokale boer mocht dienstdoen als dodenakker.

Hoe kan het dat een kerkhof, waar evenveel doden rusten als er mensen in het dorp leven, in de loop der jaren zomaar is verdwenen? ”Ça, c’est la question. Niemand die het lijkt te weten”, zegt burgemeester Daniel Bourdelle - nochtans zelf geboren in de jaren 40. Hij krult de puntjes van zijn snor naar boven en vertelt dat ook hij het jammer vindt dat het nieuwe herdenkingsbord op honderden meters van het feitelijke kerkhof ligt. Dat zelfs het dichtste infoplakkaat vijftig meter van de weide staat. “We zouden graag een bord of een gedenksteen aan het kerkhof zelf plaatsen, maar dat is niet mogelijk. De eigenaar wil het niet en wij hebben juridisch geen poot om op te staan. Ook aan de kant van de weg kunnen we als gemeente niets plaatsen.”

De eigenaar, de vijfde generatie van een familie landbouwers, ligt al jaren dwars. Naar verluidt gaat hij zelfs zo ver dat hij bloemstukken die Vlaamse nabestaanden aan de kant van de weg leggen, meteen weggooit. Wanneer we de burgemeester vragen waarom de man alle medewerking weigert, begint hij rond de pot te draaien. “In het begin hadden we geen goede relatie, maar ik heb het gevoel dat het nu stilaan betert. Maar ik wil niets forceren. C’est compliqué.” Waarom het gecompliceerd is? “Er zijn in het verleden problemen geweest.” Welke problemen? Geen antwoord. Of de eigenaar van de weide en hij bons amis zijn? “Ooit komt het goed, denk ik. Ik heb goede hoop.” Met zijn rechterduim en -wijsvinger geeft de burgemeester zijn moustache andermaal vorm. In het dorp wordt gefluisterd dat een geweigerde vergunning voor de boer een rol speelt in de vete. En dat er ook politieke motieven zijn. De boer zelf geeft niet thuis. Aan de overkant van de straat gebaart zijn vader van krommenaas wanneer we naar het vergeten kerkhof vragen. “Daar ben ik niet van op de hoogte.”

Alle schuld op een kneuterige dorpsvete afschuiven is te makkelijk. De Indiase begraafplaats vlak bij de Belgische is zo perfect onderhouden omdat de Britten die grond kochten en de Commonwealth War Graves Commission er nu zorg voor draagt. De Belgische overheid heeft voor zover bekend nooit initiatief genomen om de grond te kopen en zich erover te ontfermen. Meteen na de oorlog was dat ook niet evident, omdat de Belgen die in eigen land waren gebleven niet bepaald positief stonden tegenover zij die gevlucht waren. De herinnering aan de gestorven vluchtelingen levendig houden, stond niet op hun prioriteitenlijstje.

Burgemeester Bourdelle ziet het glas halfvol. “Decennialang wist niemand van het bestaan van het kerkhof af. Nu zijn er tenminste al plakkaten aangebracht die het verhaal van de Belgen vertellen. We zijn dus op de goede weg.” Volgens Joris Saerens, die al enkele jaren onderzoek naar het kerkhof doet, vragen nabestaanden ook niet zo veel meer. “De doden mogen blijven rusten: niemand eist dat de weide omgeploegd wordt en de begraafplaats in zijn oorspronkelijke staat hersteld wordt. Maar een mooi gedenkbord vlak voor de weide, waarbij familieleden ongestoord bloemen kunnen neerleggen: dat is toch het minste dat we kunnen doen om de overledenen te eren?”

Eén van de eersten die begraven werd op het kerkhof, was Yvonne Mesdom uit Ieper. Ze was zestien toen ze in 1915 in een schuilkelder kroop met haar vader en zussen - hun moeder was eerder dat jaar al gestorven aan tyfus. De kelder werd geraakt door de Duitsers: Yvonne verloor een hand en had een verbrijzeld been. In de zoektocht naar hulp belandde de familie uiteindelijk in la Chartreuse, waar Yvonne op 9 juli 1915 stierf aan haar verwondingen. Ze kreeg een uitvaartdienst en werd begeleid naar het kerkhof.
Zou het mogelijk zijn de foto's ook even te plaatsen? :oops:
U vraagt, wij draaien

Een hoopje puin waarop ooit de sokkel met kruis van het kerkhof (foto onder) stond. Meer is er niet over van de begraafplaats, waar nu enkel koeien grazen.
Afbeelding

Afbeelding

De eigenaar van de wei gaat naar verluidt zelfs zo ver dat hij bloemstukken die Vlaamse nabestaanden er leggen, meteen weggooit. "C'est compliqué", aldus de burgemeester
Afbeelding

"Beeld van de begrafenisstoet van Yvonne Mesdom uit Ieper in 1915"
Afbeelding

Gebruikersavatar
Linkert
Addicted Member
Addicted Member
Berichten: 2921
Lid geworden op: 20 jan 2016, 12:29
Locatie: Deurne-Diest
Vak: Deurne-noord

Re: Kill the paywall

Bericht door Linkert » 08 nov 2019, 17:01

Bedankt!

icecoldkillahh
Oldie
Oldie
Berichten: 9440
Lid geworden op: 25 jan 2016, 09:32
Vak: 222

Re: Kill the paywall

Bericht door icecoldkillahh » 09 nov 2019, 15:19


Gebruikersavatar
Freethielsupporter
W-Beveren
Berichten: 9954
Lid geworden op: 27 mei 2016, 17:48

Re: Kill the paywall

Bericht door Freethielsupporter » 09 nov 2019, 16:26

Drie ervaringsdeskundigen gingen opnieuw aan de slag: hoe deden ze dat?
Zo doen zij het anders na de burn-out: “Een half uur pauze kan veel verschil maken”

Lang genoeg bekomen, maar ook zo snel als het kan en als het lukt weer aan de slag. Dat is volgens experts de beste manier om succesvol te re-integreren na een burn-out. Maar hoe doe je dat? En hoe zorg je ervoor dat je na een paar maanden niet opnieuw moet afhaken? Drie getuigen vertellen hoe zij daarin zijn geslaagd. “Een psycholoog is niets voor mij, dacht ik eerst. Maar dat is natuurlijk onzin.”

Bram (31) switchte van fulltime ambtenaar naar zelfstandig copywriter: “60 uur per week werken, dat hoeft niet meer”
Bram De Brabander is een perfectionist. Toen hij een job aannam met hoge eisen maar zonder veel omkadering, keerde zich dat tegen hem. Zijn redding bleek een switch in zijn carrière én ingesteldheid. “Uitblinken en opklimmen, dat was lang het enige plan. Nu ben ik nog steeds ambitieus, maar niet meer ten koste van mezelf.

“Ik vind mijn werk nog steeds belangrijk”, zegt Bram, sinds twee jaar zelfstandig copywriter, content manager en auteur. “Maar ik kijk er nu helemaal anders naar. Ik heb nog steeds ambitie, maar ik hoef niet per se meer manager te worden met een dure auto voor de deur. Ik doe nu wat ik graag doe, en ik doe het zo goed mogelijk. Maar af en toe sta ik op de rem.”

Eind 2016 werkte Bram als onderwijsdeskundige voor het bestuur van een grote stad. “Op papier een zeer interessante job, maar ik werkte in een kantoor alleen, en kreeg amper steun of feedback. Soms startte ik een project om toch maar iets te doen. Zonder dat ik wist of het een goed idee was. Ik kreeg maar geen grip op de job, en dat vrat aan mij.”

Het begon met vaker thuisblijven, in plaats van op stap gaan tijdens het weekend. “Ik liep voortdurend gestresseerd, en wilde alleen nog rusten.” Gaandeweg groeide de stress en de onzekerheid, de energie zakte weg. “Tot ik vlak na Sinterklaas knapte. Ik voelde me heel erg ziek en raakte amper mijn bed uit.”

Ontslag
Na een halfjaar ‘verplichte’ rust ging Bram praten met zijn werkgever. “Ik had een lijstje bij van aanpassingen die ik wilde. Maar al snel bleek dat niet haalbaar. Dus stelde mijn chef zelf voor om mij te ontslaan. Het lijkt me toch niet echt iets voor jou, zei hij. Toen was dat een enorme klap. Ik twijfelde door die burn-out enorm sowieso al enorm aan mijn capaciteiten.”

Dankzij loopbaanbegeleiding, en gesprekken met verschillende lotgenoten, sijpelde die twijfel langzaam weg. “Die gesprekken hebben me weer perspectief gegeven. Daarna ben ik op zoek gegaan naar iets waarvan ik voelde: dit kan ik goed én wil ik graag doen.”

Perfect
Bram, die ooit ook als eindredacteur werkte op de krant, kwam zo uit bij zijn ‘oude liefde’: schrijven. Hij begon met een blog over zijn burn-out, en eindigde als freelancer. “Ik deed dat om meer controle te krijgen op mijn agenda. Ik werk nu ook vier vijfde. Zodat ik meer tijd heb voor mijn vrienden, maar ook om te reizen, én om gewoon op adem te komen.”

“Ik weet nu ook dat je autonomie nodig hebt als je lange dagen klopt. De vrijheid bijvoorbeeld om tussendoor even boodschappen te kunnen doen. Dat klinkt misschien banaal, maar het maakt een groot verschil, voel ik.”

“Ik kijk nu ook anders naar mijn werk. Het blijft belangrijk, maar komt niet meer op de eerste plaats. Er is meer balans nu. Ik blijf ambitieus én perfectionistisch, maar ik durf nu al eens een opdracht te weigeren.”

Een burn-out heeft een blijvende impact, zegt Bram, die zopas het boek ‘Jong en opgebrand’ uitbracht. “Ik ben nog steeds bang dat het opnieuw gebeurt. En mijn zelfvertrouwen is minder groot dan vroeger. Je job bepaalt een groot deel van je eigenwaarde. Maar intussen besef ik dat ik niet per se 60 uur per week hoef te werken om iemand te zijn.”

Hilde (57) bleef fulltime werken én in dezelfde sector, maar niet meer voor hetzelfde bedrijf: “Een halfuur pauze ’s middags kan veel verschil maken. Soms lukt het me”
Een job waar ze van hield en hele mooie verkoopcijfers. Toch viel accountmanager Hilde Raeymakers eind 2015 uit. Intussen is ze opnieuw fulltime aan de slag, in dezelfde sector. Maar met een werkagenda die niet meer alles overheerst, en met een andere ingesteldheid. “Als werknemer verdien ik respect en vertrouwen.”

“Voor ik bij mijn huidige werkgever begon, heb ik twee dingen duidelijk gemaakt”, zegt Hilde. “Eén: dat ik heel graag veel wilde werken. En twee: dat ik alleen nog hard wilde werken voor mensen die mij respecteren. Als je alle moeite van de wereld doet om succesvol te zijn in je job, maar er is geen appreciatie, dan hou je dat niet vol.”

Hilde kreeg haar eerste ‘knak’ eind 2015. Ze was toen aan de slag als accountmanager voor een bedrijf dat parfum verkocht aan winkeliers en ketens in heel Vlaanderen. Een job die ze graag deed, en waar ze erg goed in was. Maar een mix van perfectionisme, voortdurend onderweg zijn en een overvolle agenda deden haar uitvallen.

“Mijn agenda was als een spelletje Tetris. De nieuwe afspraken bleven maar komen, en ik vond er altijd wel een plaatsje voor. Desnoods in mijn vrije tijd. Ik heb mijn twee kinderen alleen grootgebracht. Hard werken vond ik destijds noodzakelijk om een goed leven te hebben. Jarenlang bleef ik daarna zo doorgaan, ook al wist ik dat ik eigenlijk te veel werkte.”

Voor watjes
In augustus van dat jaar had Hilde aan haar toenmalige werkgever laten weten dat ze het niet meer trok. Ze vroeg hulp, maar kreeg die niet. Haar vraag werd niet serieus genomen. Eind november kwam uiteindelijk de crash. “Toen mijn huisarts het woord “burn-out” liet vallen, weigerde ik dat te geloven. Ik heb het wekenlang ontkend. Een burn-out is voor watjes, vond ik.”

Pas na een paar weken aanvaardde Hilde wat haar arts en psycholoog haar zeiden. “Samen met dat besef kwam een enorme vermoeidheid”, zegt ze. “Ik heb twee, drie maanden een soort winterslaap gehouden. Ik was leeg en had heel veel fysieke klachten. Toen de psycholoog mij vroeg waar ik van genoot of waar ik energie van kreeg, kon ik niets bedenken. Ik ben van nul moeten herbeginnen.”

Hard aangepakt
Na maandenlange rust begon Hilde actief aan haar herstel te werken. Stap voor stap, en met veel geduld. “Ik had een soort totaalaanpak”, zegt ze. “Ik las heel veel over remedies tegen burn-out, ik leerde te gaan wandelen als ontspanning, ik lette op mijn voeding, ik ging naar de psycholoog én ik volgde loopbaanbegeleiding. Langzaam kwam ik terug in het echte leven en keerde mijn vechtlust terug.”

Hilde probeerde het nog even opnieuw bij dezelfde werkgever, met meer ondersteuning. Maar die viel al snel weg. Uiteindelijk diende ze haar ontslag in. “Ik wilde absoluut niet hervallen. En dus ging ik viervijfde aan de slag in een kleiner bedrijf.” Ook daar besloot Hilde echter om op te stappen, omdat er – ondanks duidelijke afspraken – plots tóch werd gevraagd een erg grote regio te coveren. “Toen ik dat wilde weigeren, ben ik heel hard aangepakt en werd zelfs mijn werklust en motivatie in vraag gesteld.”

Opnieuw fulltime

Intussen werkt Hilde opnieuw fulltime bij een ander klein bedrijf. Nog steeds boordevol ambitie. En nog steeds klopt ze veel uren. Een volle werkweek is nooit haar probleem geweest. Een té volle wel. “Ik let er nu beter op. Een halfuur pauze ’s middags elke dag kan heel veel verschil maken. Soms lukt het mij, dikwijls ook niet. Maar ik besef nu toch beter dat ik mijn grenzen moet bewaken en ik ben alert voor te lange werkdagen.”

Wat ook helpt: van haar nieuwe werkgever krijgt Hilde alle vertrouwen. “Er is geloof in mijn kunnen, ik kan mijn werk doen zonder de hele tijd gecontroleerd te worden en ik krijg waardering en respect. Dat helpt enorm. Zonder hoeft het voor mij niet meer. En ik ben nu ook sterk genoeg om dat te zeggen.”

Maarten (36) leerde meer met zichzelf rekening te houden: “Mijn burn-out staat op mijn cv, bij: ‘belangrijkste levenservaring’”
Een burn-out wordt vaak nog aanzien als een teken van zwakte, en dus zijn er mensen die er liever over zwijgen bij het zoeken naar een nieuwe job. Maarten Decock uit Gent deed dat niet. “Mijn burn-out staat zelfs op mijn cv. Het is geen zwakte. Het is een troef.”

“Ik ben een open boek”, zegt Maarten. “En dus wilde ik dat mijn nieuwe werkgever wist wie hij in huis zou halen. Bovendien zie ik een burn-out niet als een zwakte. Het was een hele moeilijke periode, maar ik ben erdoor geraakt, en nu ken ik mezelf veel beter dan voorheen. Ik weet beter dan ooit waar ik sta. Voor een werkgever lijkt me dat net een troef.”

Jarenlang was Maarten manager bij een kantoor in Gent. Hij begeleidde bands als School is Cool en Compact Disk Dummies. Jonge rock- en popgoden dus, die nog aan het begin van hun carrière stonden. En dus – net als hun manager – hard moesten knokken.

“De klap is bij mij gekomen na een simpel telefoontje van het werk op een zaterdagavond”, zegt Maarten. “Dat was de druppel, ik moest echt gekalmeerd worden. Een dag later zat ik te huilen op de fiets, met mijn twee kindjes achter in de kar. We waren op de terugweg van wat normaal een leuke gezinsactiviteit had moeten zijn. Mijn omgeving had me al een paar keer gewaarschuwd dat ik gas terug moest nemen, maar pas dat weekend wist ik zelf: dit is niet meer normaal.”

Er was het harde werk, maar voor Maarten is dat niet de essentie van waar het fout liep. “Ik heb te veel gewerkt, en ik kreeg wellicht te weinig waardering”, zegt Maarten. “Maar toch zie ik die job maar als een heel klein deel van mijn burn-out. Ik heb vooral te lang te veel dingen gedaan zonder met mezelf rekening te houden. Ik wilde aan alle mogelijke verwachtingen voldoen. Die van mezelf, maar ook die van anderen. Daardoor negeerde ik mijn eigen grenzen. In essentie is dat mijn eigen keuze geweest.”

Hoge lat
Dus werkte de jonge vader tijdens zijn maanden thuis vooral heel hard aan zichzelf. Onder meer met de hulp van een psycholoog. “Niets voor mij, dacht ik eerst. Maar dat is natuurlijk onzin. Een burn-out is iets wat je overkomt, niemand is er immuun voor. Om eruit te raken, kan de neutrale blik van een professional helpen. Een psycholoog helpt je om tot inzichten te komen over jezelf en wat je nodig hebt. Dat is zeer confronterend, maar wel nodig.”

Intussen werkt hij als projectleider bij een bureau dat de visuele communicatie van bedrijven verzorgt. “Ik leg de lat nog steeds hoog”, zegt hij. “Maar niet meer té hoog. ‘Goed’ is nu ‘goed genoeg’. En niet meer ‘goed, maar kan beter’.”

Ook buiten het werk is dat nu zo. “Ik zal altijd iemand zijn die zichzelf doelen stelt. Ook als ik ga joggen. Maar ik heb meer grenzen nu. Ik weet nu dat een marathon onder de drie uur niet haalbaar is. Dus streef ik daar ook niet meer naar.”

“Ik durf ook veel vaker ‘nee’ te zeggen. Mijn werkagenda kan niet meer altijd boven mijn privé-agenda staan. Vroeger had ik mij nochtans driedubbel geplooid om toch maar bij elke vergadering te zijn. Omdat ik dacht dat het moest. Omdat ik dacht dat het zonder mij niet zou lukken. Ook al was dat misschien niet zo. Niemand wil vervangbaar zijn, maar in essentie zijn we het allemaal. Ik kan nu veel beter relativeren. Alles in het juiste perspectief zetten. Dat maakt het leven makkelijker.”

Lees alle artikels over burn-out en werkdruk op www.nieuwsblad.be/burn-out

Gebruikersavatar
Roy Orbison
Oldie
Oldie
Berichten: 31714
Lid geworden op: 24 jan 2016, 10:25

Re: Kill the paywall

Bericht door Roy Orbison » 10 nov 2019, 08:53


sney
Oldie
Oldie
Berichten: 15964
Lid geworden op: 20 jan 2016, 14:45

Re: Kill the paywall

Bericht door sney » 10 nov 2019, 12:07

Dat vind jij wel een pittig vrouwtje, hé Roy.

Gebruikersavatar
Sjonnie
Newbie
Newbie
Berichten: 278
Lid geworden op: 24 nov 2016, 11:04
Vak: 321

Re: Kill the paywall

Bericht door Sjonnie » 10 nov 2019, 12:12

Spoiler:
In Ooit vrij op VIER regeert directrice Sofie Vantomme met harde hand over de gevangenis van Brugge en zien we Natalie Valcke in die van Dendermonde de dagelijkse ellende managen. “Een zinvolle dagbesteding voor gedetineerden lost al veel op.”
In de tweede aflevering van Ooit vrij stuurt Sofie Vantomme (35) een Oost-Europeaan zonder verpinken voor een week “op strikt” omdat hij een fles door het raam van zijn cel heeft gegooid. De camera volgt het geklik van haar hakken als ze over de betonnen gevangenisvloer naar de isolatiecellen beent en ze achter elk kijkgat stoïcijns blijft voor de smeekbedes.
Lees ook

Deze vrouwen lieten het leven na partnergeweld: “Mijn dochter lachte soms: ’Peter zal me weer ‘ns kapotmaken’. Omdat hij er zo vaak mee dreigde”
Op tv oogt ze een beetje tiranniek, maar als we ons aanmelden, stelt ze voor om het gesprek te laten doorgaan op de drugsvrije afdeling. In het hart van de gevangenis, met rondom ons op hun slippers van douche naar cel sloffende gedetineerden. Die haar bijna allemaal begroeten met “Hey!”. Als ze een wat oudere gedetineerde opmerkt, wat zwak te been, maakt ze tijd: “Zou je niet eens gaan wandelen? Je gaat daar deugd van hebben.”
Toch niet zo’n harde tante?
Sofie Vantomme: “O, er zit wel een beetje realiteit in. Als ik kwaad ben, ben ik oprecht kwaad. Dan kan ik dat moeilijk verbergen.”
Hoe wordt een jonge vrouw gevangenis­directeur?
“In mijn laatste jaar criminologie heb ik stage gedaan in de forensische afdeling van een instelling voor geïnterneerden in Zelzate. Ik kwam daardoor vaak in gevangenissen en voelde: deze wereld spreekt mij aan. Ik heb mijn eindwerk gemaakt over de gevangenis van Gent en ben er in contact gekomen met herstelconsulente Machteld Boudin. In 2007 ben ik zelf begonnen als herstelconsulente, een jaar later ben ik directeur geworden in de gevangenis van Ieper, en in 2013 hier.”
Als je criminelen vraagt naar de ergste gevangenis in België, noemen ze bijna altijd Brugge.
“Dat horen wij ook soms. Het hangt er wel van af op welke afdeling je belandt. We hebben hier veel lang­gestraften. Op de gesloten sectie gaat het er inderdaad een stuk strikter aan toe dan hier, waar alle celdeuren openstaan. Op de open­deur­sectie, waar we nu zitten, wordt er samen gekookt.
Gelachen. Drugsvrij betekent dat urine wordt gecontroleerd.
“Wie in Brugge aankomt, zit eerst een maand op de gesloten sectie. Daarna volgt je evaluatie. Doe je het goed, dan mag je hier naartoe. We hebben ook een zorgsectie gecreëerd, waar er een psychiater is en er therapeutisch met de mensen wordt gewerkt.”
Als er een drugsvrije afdeling is, dan is er ook een andere.
“Laten we er geen doekjes om winden: in de gevangenis zijn er drugs. Mensen die naar buiten gaan en weer binnen komen, brengen ze mee. Vooral cannabis en heroïne. We mogen geen naaktfouilleringen meer doen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Soms loop ik door de gangen en ruik ik de wietwalmen. Mensen geraken makkelijker verslaafd aan drugs in een gevangenis dan daarbuiten. (zucht) Dat klopt toch helemaal niet?”
Hoe krijg je dat ooit weg?
“Dat weet ik niet. Het aanbod creëren om elke dag te sporten en te werken? Een zinvolle dagbesteding is voor heel veel problemen een oplossing. Ik ben geen kritiek aan het geven op het systeem, ik benoem de realiteit. Om gedetineerden werk te kunnen geven, moet je ondernemers zien te vinden. Dat is allemaal niet zo evident. Het is opeens staking, deadlines worden niet meer gehaald en je bent je werkverschaffers kwijt.
“Onze mannen plooien handdoeken, steken afwasborsteltjes in elkaar, doen stikwerk in het naai­atelier. Ze doen ook de was en de strijk van zorgkledij voor rusthuizen. Veel valt er niet aan te verdienen, ongeveer een euro per uur. Het gaat erom dat er structuur in hun dag komt. Maar er is veel concurrentie. Van lage­loon­landen en beschutte werkplaatsen (nu maatwerkbedrijven, red.).”
Hoe moedeloos maakt het u om een ex-gedetineerde te zien terugkeren?
“Wie in een gevangenis werkt, ziet alleen diegenen die het niet goed doen. Als zoiets voorvalt, hebben wij de neiging om tegen elkaar te zeggen: ‘Voilà, daar heb je hém weer.’ Wie we niet zien, zijn al die anderen. Die in de massa verdwijnen en hun leven terug op de rails krijgen. Het is een gekleurd beeld en we moeten ons daarvan bewust zijn.
“Het is bewezen dat detentie geen positieve invloed heeft en recidivegevaar eerder verhoogt dan verkleint. Veel mensen komen uit de marginaliteit, raken niet aan een job, hebben een kind hier en een kind daar en nog eentje waar ze niet van weten. Ze gaan solliciteren en moeten een uitleg bedenken voor een gat van zoveel jaar op hun cv. Dat is het verhaal van veel van onze mannen, hier. Je kunt helaas ook je wiegje niet kiezen.”
Hoe was het om maandenlang een camera­ploeg in de gevangenis te hebben?
“Ik wilde eerst niet meedoen. Ik had niet zoveel zin om met mijn hoofd op televisie te komen, maar op een gegeven moment was er helemaal niemand die nog wilde, terwijl ik het wel belangrijk vond dat er een beetje maatschappelijk debat komt. Dat is de enige reden waarom ik me uiteindelijk liet overhalen. Ooit zal er écht geïnvesteerd moeten worden in gedetineerden. Dat kan niet eindeloos een taboe blijven. Wat hoor je ook allemaal niet, wat de buitenwereld deze mensen toewenst.
“Op een dag komt iedereen vrij. En jij mag kiezen: wil je dat je nieuwe buurman onder voorwaarden staat en opgevolgd wordt, of wil je iemand die verbitterd en verzuurd is? Dit is de vraag: dóén we iets met deze mensen, of zetten we ze op water en brood? Ik wilde laten zien hoe het hier écht is. En dan nog is het fragmentair. We kregen previews en vroegen de makers af en toe: ‘Kunnen we niet uitleggen wat hier de context van is?’ Waarop zij zeiden: ‘Dan is het geen goede televisie meer.’ Denk aan Marie-Louise in de eerste aflevering.”
De kleptomane.
“Ja, ze kreeg op haar verjaardag een kaartje en drie zoenen van de bewaking. De volgende dag was het hier op de mannenafdeling van: ‘Wij willen ook drie piepers en een kaartje!’ Maar die dame zat op de zorgsectie. Er is niets geacteerd in Ooit vrij. Geen enkele scène is overgedaan. Ik ben mezelf in de reeks, en wat mensen daarvan vinden, maakt mij niks uit. Een vraag die je wel eens krijgt: ‘Ben je niet bang?’ (rolt met haar ogen) Alleen al daarom was het goed om ja te zeggen. Het zijn gedetineerden, maar het zijn eerst en vooral ook mensen.”
U leek wel erg streng voor die man met zijn fles.
“Ja, maar daar kan ik écht niet tegen. En ze wéten het. We zitten hier met meeuwen, en die zijn gekomen omdat er voedsel naar buiten werd gegooid. Meeuwen zijn een beschermde diersoort. Het enige wat je mag doen is in de eieren prikken of ermee schudden. Je mag die nesten niet wegdoen. Dit hele gebouw is intussen ondergekakt. En zij onderhouden dat door voedsel naar buiten te gooien. Een week of wat nadat ik hier aankwam, zei iemand: ‘We hebben geen fatik-broodraper meer.’ Een fatik, dat is een gedetineerde die klusjes uitvoert. Er liep dus iemand constant tussen de blokken om brood op te rapen. Het is absurd, maar we hebben nog altijd een brood­raper. Als ik iemand op strikt stuur, hebben ze daarvóór meestal een stevige waarschuwing gekregen, maar dat zie je op tv natuurlijk niet.”
Hoe zou uw ideale detentie­systeem eruitzien?
“Het moet vertrekken van de persoon. Niet iemand per se in een superbeveiligde omgeving plaatsen. De norm zou moeten zijn dat gedetineerden de dag buiten hun cel doorbrengen. Werken, sporten, bezoek. En voor wie dat kan, ook effectief buiten de gevangenis. Om een netwerk te onderhouden of op te bouwen, te werken, tot een zinvolle dagbesteding te komen. Ik vind De Huizen van Hans Claus (kleinschalige detentiehuizen, red.) een prachtig project, maar ik geloof niet dat het voor alle gedetineerden kan werken, zoals hij zegt. Idealiter is er in een gevangenis niet meer beveiliging dan nodig.”
Wat zou u doen met dit gebouw, als u vrij van geldzorgen mocht kiezen?
“Tja, helemaal plat hè. (lacht) En een ster­vormige gevangenis in de plaats.
“Na deze gevangenis is er nooit meer een als deze gebouwd. Dit is de enige Belgische gevangenis volgens het antenne-model. Met lange gangen, ver van elkaar verwijderde secties. Bijna alle andere gevangenissen zijn ster­vormig, waardoor je vanuit één centraal punt al je personeel en al je gedetineerden ziet die los rondlopen. Er gaat nu ontzettend veel geld naar het vervangen van tegeltjes in de gangen die los komen te zitten. Er zitten scherpe kantjes aan, en je wilt er niet aan denken wat er zou kunnen gebeuren. Maar het kost hopen geld dat je liever geïnvesteerd had gezien in mensen.”
Natalie Valcke: ‘Vanaf dag één werken we naar de vrijlating toe’
Natalie Valcke (36) kwam in de eerste twee afleveringen van Ooit vrij nog niet in beeld, maar dat verandert maandag. Ze werkt al 13 jaar in gevangenissen en sinds mei van vorig jaar als psychologe in die van Dendermonde.
Over de kiem van haar engagement hoeft Valcke niet lang na te denken. “De colleges van professor Hedwig Sloore aan de VUB. Die zaten altijd vol. Hij besprak met ons geval­studies, zoals over Staf Van Eyken, de Vampier van Muizen. We deden toen zowat hetzelfde als wat ik nu doe. De beweegredenen achter het delict trachten te begrijpen.”
Hoe ziet een doorsneewerkdag eruit?
Natalie Valcke: “Dendermonde is een arrest­huis, waardoor er een permanente instroom is van nieuwe gedetineerden. Hierdoor hebben we van alles: van fietsendief tot iemand die net zijn gezin heeft uitgemoord. De dag begint doorgaans met gesprekken. ‘Hoe ben je hier terecht­gekomen? Wat is er gebeurd?’ Eigenlijk beginnen wij vanaf het moment dat iemand hier binnenkomt al naar de vrijlating toe te werken.
“In het eerste gesprek moet je soms vragen of de werkgever al is verwittigd, want mensen zijn na vrijheids­beroving ontredderd. Laatst had ik iemand die zich opeens realiseerde dat zijn drie honden nog in zijn appartement zaten.
“Ten tijde van de opnamen van Ooit vrij was ik bezig met die man van de Kanaal­moord, die laatst nog in het nieuws was (nieuw DNA-onderzoek wijst mogelijk op de veroordeling van de ver­keer­de verdachte, DDC). Hij en zijn maat hadden iemand vermoord, en volgens wat hij er zelf over vertelde, had hij alleen geholpen om het lijk te doen verdwijnen. Maar – zo benoemde hij het – ze hadden er ‘te weinig gewicht aange­hangen’. Voorts was er een Nederlander die in eigen land ook al in de cel had gezeten en het daar duizend keer beter vindt dan hier. Hij zegt op een gegeven moment dat hij de feiten beter in Nederland had gepleegd.” (lacht)
Was u meteen enthousiast over Ooit vrij?
“De meeste mensen die in de gevangenis werken, denken dat niemand zich voor hen interesseert. De buitenwereld denkt ook heel zwart-wit over gevangenissen. Vlaanderen is heel punitief. Een straf is iets symbolisch, iets dat uitgesproken moet worden, maar tegelijkertijd wil de maatschappij op de langere termijn beschermd worden. Die twee zaken staan een beetje haaks op elkaar.
“Als justitie in het nieuws komt, is de aanleiding altijd negatief: ‘Hoe is dat nu mogelijk dat die mens vrij rondliep?!’ Wel, 99,9 procent van alle gedetineerden komt ooit vrij. We doen iets ongemerkts, tot het eens een keer misloopt. En wie deze job doet, is ook niet uit op het grote Dankuwel. Ons doel is mensen op een zodanige manier vrij krijgen dat ze het niet opnieuw gaan doen. Voorwaarden opleggen op maat, beperkte detentie, elektronisch toezicht.”
De meest tragische figuur in Ooit vrij is Wilfried.
“Hij zegt het zelf: hij heeft een derde van zijn leven in de gevangenis doorgebracht, is een deel van het meubilair. In de gevangenis is er altijd iemand die over de schouders van Wilfried meekijkt. Zodra hij buiten mag voor penitentiair verlof, valt die hele structuur weg, en soms lijkt het alsof hij zijn eigen vrijlating aan het saboteren is. Zijn verloven verlopen goed, zijn gesprek met de VDAB verloopt goed, alle puzzel­stukjes beginnen te passen en dan heeft hij opeens geen zin meer.”
Je krijgt het gevoel dat hij nergens nog thuis kan zijn behalve in de gevangenis.
“Het is zijn veilige cocon, een klein celletje waarin hij alles weet staan. Wat je met lang­gestraften bij een eerste penitentiair verlof vaak hebt, is dat ze wat geld meekrijgen en daar verbaasd naar staren: ‘Wat zijn dit, euro’s?’ Zij rekenen nog in frank. Een smart­phone, een elektronisch bus­ticket, de uurregeling: aarts­moeilijk allemaal. Wij geven hen plannetjes mee: wandel in die richting, neem daar de bus. Achteraf hoor je dat ze alles te voet hebben gedaan. De maatschappij verandert razend­snel, en wij staan daar niet bij stil.”
Is blijk geven van schuld­inzicht nog altijd noodzakelijk om in aan­merking te komen voor voor­waardelijke vrijlating?
“Schuldinzicht is belangrijk, maar het is niet zo dat het de deur helemaal sluit of opent. Stel, er is een hele drugs­plantage bij je gevonden, wat voor zin heeft het dan om te blijven volhouden dat je dat nooit hebt gemerkt? Therapie houdt in dat je bereikbaar moet zijn. Zonder schuld­inzicht lukt dat niet. Je moet wel trachten te begrijpen wat de functie is van het ontkennen. Bij zeden­de­lin­quen­ten speelt vaak schaamte en dat vind ik op zich niet ongezond.”
De gevangenis van Dendermonde dateert van 1863.
“Het is een oud gebouw, maar als je gaat vergelijken, valt het nog mee. In de gevangenis van Vorst vallen de bakstenen letterlijk op de hoofden van de gedetineerden. Dendermonde heeft nog een bepaalde charme. De cellen zijn er wel erg klein. Ik ben wel altijd blij als ik ’s avonds de deur achter me dicht­trek.
“Er is ook voortdurend overbevolking. Het is een arrest­huis, we kunnen geen mensen weigeren. Als iemand op Oost-Vlaams grondgebied aangehouden wordt, komt die negen op de tien keer bij ons terecht. We kunnen moeilijk zeggen: ‘Ge moogt niet binnen.’ Dus dan wordt er een matras aangesleept.

Gebruikersavatar
Roy Orbison
Oldie
Oldie
Berichten: 31714
Lid geworden op: 24 jan 2016, 10:25

Re: Kill the paywall

Bericht door Roy Orbison » 10 nov 2019, 12:45

sney schreef:
10 nov 2019, 12:07
Dat vind jij wel een pittig vrouwtje, hé Roy.
Heerlijk ja, windt me echt op zo'n assertieve vrouwen

sney
Oldie
Oldie
Berichten: 15964
Lid geworden op: 20 jan 2016, 14:45

Re: Kill the paywall

Bericht door sney » 10 nov 2019, 12:50

Roy Orbison schreef:
10 nov 2019, 12:45
sney schreef:
10 nov 2019, 12:07
Dat vind jij wel een pittig vrouwtje, hé Roy.
Heerlijk ja, windt me echt op zo'n assertieve vrouwen
Straalt wel iets uit, ja, daar kan ik je in volgen. Hoewel het helemaal geen knappe is op zich.
Staat ook wel scherp ;)

il borso bianco
Oldie
Oldie
Berichten: 5098
Lid geworden op: 20 jan 2016, 13:49

Re: Kill the paywall

Bericht door il borso bianco » 11 nov 2019, 12:11


Gebruikersavatar
Hans Supermans
Oldie
Oldie
Berichten: 12622
Lid geworden op: 27 sep 2017, 17:00

Re: Kill the paywall

Bericht door Hans Supermans » 11 nov 2019, 12:14


il borso bianco
Oldie
Oldie
Berichten: 5098
Lid geworden op: 20 jan 2016, 13:49

Re: Kill the paywall

Bericht door il borso bianco » 11 nov 2019, 12:19

Hans Supermans schreef:
11 nov 2019, 12:14
il borso bianco schreef:
11 nov 2019, 12:11
Kan iemand deze posten a.u.b.?

https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20191111_04709889
https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20191111_04709889

Voila, makker.
:mrgreen:

Gebruikersavatar
Hans Supermans
Oldie
Oldie
Berichten: 12622
Lid geworden op: 27 sep 2017, 17:00

Re: Kill the paywall

Bericht door Hans Supermans » 11 nov 2019, 12:28

il borso bianco schreef:
11 nov 2019, 12:19
Hans Supermans schreef:
11 nov 2019, 12:14
il borso bianco schreef:
11 nov 2019, 12:11
Kan iemand deze posten a.u.b.?

https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20191111_04709889
https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20191111_04709889

Voila, makker.
:mrgreen:
Was best een dick move. Daarom dat ik twijfelde om het uit te voeren. :oops:

Gebruikersavatar
Freethielsupporter
W-Beveren
Berichten: 9954
Lid geworden op: 27 mei 2016, 17:48

Re: Kill the paywall

Bericht door Freethielsupporter » 11 nov 2019, 12:48

il borso bianco schreef:
11 nov 2019, 12:11
Kan iemand deze posten a.u.b.?

https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20191111_04709889
Onze huisanalist Gert Verheyen is streng voor KV Kortrijk: “Elke week gaat er iemand anders in de fout”



Onze huisanalist Gert Verheyen overschouwt de winnaars en verliezers van de speeldag. Hij is streng voor KV Kortrijk en Aleix Garcia, heeft lof voor Michael Ngadeu en zag eindelijk weer het oude Antwerp.

Voetbal is een spel waarin je fouten moet vermijden. Op dat vlak is KV Kortrijk heel slecht bezig. En het is elke week iemand anders die de mist ingaat. Yves Vanderhaeghe had Hines-Ike geslachtofferd na zijn strafschopovertreding tegen Club Brugge maar tegen Waasland-Beveren stapte Kovacevic bij het eerste doelpunt verkeerd uit. De tweede tegengoal kwam er na een kettingreactie van fouten. Omdat De Sart zijn werk niet deed en Schryvers uit zijn rug liet vertrekken, koos Golubovic voor Schryvers en kwam Koita zo helemaal vrij te staan. Positionele foute, technische fouten maar ook dekkingsfouten: Kortrijk zondigt er te veel tegen. Bovendien kregen ze tegen Waasland-Beveren al hun zevende strafschop tegen, op vijftien wedstrijden. Dat is overdreven veel. Zo kan je nooit winnen. Eigenlijk is het vreemd want vorig seizoen was Kortrijk achterin heel stabiel. Op Azouni na, die toen wel als rechtsback wilde spelen, is de rest van de defensie dezelfde. En dan toch al die tegengoals en telkens door toedoen van iemand anders. Als Yves Vanderhaeghe de schuldige ernaast wil zetten, houdt hij niemand meer over.

Daarom zit Aleix Garcia bij Moeskroen


Door vier knappe goals én door zijn prestaties vroeg je je begin dit seizoen af hoe Aleix Garcia, vorig jaar door Manchester City uitgeleend aan het Spaanse Girona, in hemelsnaam bij Moeskroen terecht was gekomen. Hij liet zien dat hij talent had en een goeie spelmaker was. Zaterdag werd hij tegen KV Oostende bij de rust vervangen omdat hij weer geen bal raakte. Waardoor je snapt waarom hij na dat seizoen bij Girona door geen enkele Spaanse eersteklasser werd opgepikt. Goals maakt hij eigenlijk nooit, dus wat hij aanvankelijk liet zien, was wellicht boven zijn gemiddelde. Maar het is zeker een gedeelde verantwoordelijkheid. Hij wordt tegenwoordig op links gezet door Bernd Hollerbach, maar van die kant moet hij echt weg. Aleix Garcia is geen linksbuiten, hij is een centrale speler.

Ngadeu maakt Gent stabieler

Bij AA Gent gaat logischerwijze veel aandacht naar de drie spitsen. Maar minder tegengoals en een stabielere verdediging was na vorig seizoen ook een aandachtspunt. Zondag in Genk moest er wel verdedigd worden want Genk had wel wat mogelijkheden, vooral voor de rust. Daarbij stond centrale verdediger Ngadeu weer stevig op zijn benen. Hij zat overal tussen, won zijn duels, vooral tegen Onuachu en Samatta. Hij was eerst in duels over de grond én in de lucht, koos goed positie in de zestien en kopte heel wat voorzetten weg, had een stevige tackle in huis, anticipeerde goed en hij bracht rust aan de bal. Zijn inspelen was tot nu toe een werkpunt, mede omdat hij links in het centrum van de verdediging staat en daar als rechtsvoetige last van heeft. Maar tegen Genk waren zijn verticale passes over de grond uitstekend en opende hij zelfs op de linksachter, met zijn linkervoet. Vorig seizoen had AA Gent gemiddeld anderhalve tegengoal per wedstrijd in de reguliere competitie, nu zit het aan iets meer dan 1 tegentreffer per match. Dat is toch een flinke vooruitgang.

Daar is het oude Antwerp weer

Antwerp won van Club Brugge omdat het terugviel op zijn oude succesformule: grinta, over-mijn-lijkmentaliteit, het onder de huid kruipen van een tegenstander. Vervelend doen dus. Dat schonk hen de extra procenten om te winnen. Met natuurlijk the usual suspects die hun métier lieten spreken: Mbokani die de strafschop versierde, Lamkel Zé met zijn inspanning voor het tweede doelpunt. Het verschil met de laatste weken was ook dat er nu wel druk op de bal kwam van de voorste spelers én dat Antwerp niet overdreven diep inzakte. Club kreeg wel mogelijkheden maar Antwerp stond niet voor de eigen zestien. Voor de eerste keer dit seizoen maakt het zo een 1-0-achterstand goed, iets wat Antwerp vorig seizoen ook slechts een keer lukte. Het bezoek van Club Brugge werkt altijd als een rode lap waardoor die oude waarden vanzelf opborrelen. Het speelt natuurlijk niet elke week tegen Club maar dit toont ook dat je nooit mag weggooien wat je sterk maakt. Dit was niet great old Antwerp, maar good old Antwerp.

Gebruikersavatar
Knopfler
Oldie
Oldie
Berichten: 32579
Lid geworden op: 20 jan 2016, 07:13
Vak: 312

Re: Kill the paywall

Bericht door Knopfler » 12 nov 2019, 17:44


elconejito7
Newbie
Newbie
Berichten: 105
Lid geworden op: 24 mei 2019, 14:14

Re: Kill the paywall

Bericht door elconejito7 » 13 nov 2019, 12:14

Hopelijk ergens een Limburger die hier aan kan? :D

https://www.hbvl.be/cnt/dmf20191018_046 ... -het-begin

Gebruikersavatar
Linkert
Addicted Member
Addicted Member
Berichten: 2921
Lid geworden op: 20 jan 2016, 12:29
Locatie: Deurne-Diest
Vak: Deurne-noord

Re: Kill the paywall

Bericht door Linkert » 13 nov 2019, 12:32

elconejito7 schreef:
13 nov 2019, 12:14
Hopelijk ergens een Limburger die hier aan kan? :D

https://www.hbvl.be/cnt/dmf20191018_046 ... -het-begin
Spoiler:
Ella-June Henrard, van ‘Bo’ naar ‘Torpedo’: “Een comeback? Nee, dit is het begin”

Don’t call it a comeback. ‘Bo’ mag dan al negen jaar achter Ella-June Henrard liggen, stilgezeten heeft ze nooit. Eerst nog een diploma halen, of twee, dan de grote filmrol in ‘Torpedo’. “Dit voelt niet aan als een rentree, ik ben gewoon mijn gangetje gegaan”, zegt de nu 26-jarige actrice. “Dus zeg ik: ‘Comeback? Nee, dit is het begin.’”
Het is een fijn gesprek, klinkt het halverwege, maar toch zag Ella-June Henrard (26) er ’s ochtends eventjes tegenop. “Ergens in je achterhoofd zit dat weer: ‘Al die persaandacht gaat er weer zijn.’ Dat blijft toch spannend.” Want als zestienjarige zag ze het allemaal al eens passeren: de pers, de talkshows, de buitenmatige aandacht. Met dank aan haar eerste rol in Hans Herbots’ speelfilm ‘Bo’, gebaseerd op de bestseller ‘Het Engelenhuis’ van Dirk Bracke.

Toch zal Ella-June er weer aan moeten wennen dat ze geregeld in de boekjes zal verschijnen. Wat wil je, met twee aankomende rollen in grote fictieprojecten? En dan is er nog de reden voor dit gesprek: haar grote rol in ‘Torpedo’, een film zoals er in Vlaanderen nog nooit een gemaakt is. Deels kwajongensprent, deels spectaculaire duikbootfilm waarbij de actie, romantiek en tragedie van het grote scherm spatten. Henrard speelt Nadine, de dochter van verzetsleider Stan (Koen De Bouw) die koste wat kost mee op de gevaarlijke missie wil.

“De jongens op de set waren allemaal door het dolle heen: zij mochten weer legertje spelen. Maar dat zat er bij mij niet in als kind. Ik zat vooral te sukkelen met dat sluipschuttersgeweer waarmee mijn personage ontzettend behendig is. Maar jongens, dat is zwaar! En op de eerste draaidag merkte ik dat mijn armen te kort waren voor dat onding. Het resultaat ziet er toch professioneel genoeg uit, hé? Oef, want er zijn zeker honderd bloopers van ik die de kogel er niet juist insteekt, of ergens achter blijf hangen met dat geweer.” (lacht)

Je bent de enige vrouw in de cast van ‘Torpedo’. Was je op set dan snel one of the guys?

“Best wel. Dat kwam zo vanzelf, in de eerste plaats omdat mijn personage ook haar mannetje moet zien te staan tussen een bende stoere verzetsstrijders. Ook al hebben die macho’s stuk voor stuk een peperkoeken inborst. Maar na een tijd merkte ik dat ik me met mijn vriendinnen op café als een halve vent begon te gedragen. Zat ik ineens schunnige opmerkingen te maken. (lacht) Het was hen snel duidelijk dat ik te veel tijd had doorgebracht met enkel mannen. Nu, veel vrouwelijks was er ook niet aan mijn outfit. En ik denk dat veel van de gasten langer in de make-up zaten dan ik. Zweet en vuiligheid, meer schmink zat er bij mij niet op.”

Had je daar moeite mee?

“Totaal niet. In het dagelijkse leven zie je me ook gewoon over straat lopen in mijn grote regenjas, hoor. Ik ben misschien soms zelfs iets te weinig bezig met mijn looks en uiterlijk, dat zit niet zo in mij. Dan krijg ik al eens de opmerking: ‘Ella, zou je voor dat trouwfeest niet eens gewoon een jurkje aantrekken?’ En hakken... (blaast) Dan moet het al een heel speciale aangelegenheid zijn.”

“Ik zou het jammer en vooral raar gevonden hebben als ik in die duikboot met lippenstift of mascara rondliep. Of in een legerkostuum met een knoopje te veel open, weet je wel? Gelukkig zaten de crew en ik daar meteen op dezelfde lijn: Nadine moest een stoere meid zijn, geen pin-upstoot.”

Het resultaat is ongezien in Vlaanderen, maar daardoor was de film een werk van lange adem.

“Klopt. In 2014 al kreeg ik het eerste mailtje van regisseur Sven Huybrechts. ‘Hey Ella, ik ben Sven en heb een script geschreven over een duikboot. Wil je het eens lezen? Ik zie je als een van de hoofdpersonages.’ Ik kon niet anders dan denken: ‘Wow, rare vraag.’ Ik zag mezelf niet als het type dat je voor zo’n project zou contacteren.” (lachje)

Dan was je toen nog een pak jonger?

“Absoluut. Ik denk dat ze hadden ingecalculeerd dat het mogelijk even ging duren voor de financiering rond was. (lacht) Er zijn ook acteurs die ‘gesneuveld’ zijn omdat ze te oud waren geworden voor de rol waarvoor ze in ‘Torpedo’ gecast werden.”

Wat meteen duidelijk wordt: deze cast heeft veel plezier gehad op set.

“Klopt, maar het waren wel pittige werkomstandigheden. Die studio in Weelde waar de duikboot nagebouwd was, daar was alles in extremen: of extreem warm, of extreem koud. De laatste twee weken werd die ook volledig gevuld met water, en moesten Koen (De Bouw, red.) en ik vooral in dat water rondploeteren. We steunden mekaar daar erg in, maar elke dag in die boot kruipen, vergt wel veel van een mens. Het is er zo claustrofobisch en heet.”

Ella-June Henrard, van ‘Bo’ naar ‘Torpedo’: “Een comeback? Nee, dit is het begin”
Foto: Raymond Lemmens
“Mentaal en fysiek is dat pittig, zeker als je twee weken onafgebroken in het water moet doorbrengen. Je lijf raakt afgekoeld, je bent snel futloos. Buiten beeld zaten steeds twee duikers klaar met een zuurstoffles, die moest ik met een teken verwittigen telkens ik in ademnood kwam. Lucht happen, op mijn positieven komen, die lucht weer afgeven - zodat je niet onmiddellijk naar het oppervlak schiet -, en dan kon ik weer verder gaan verdrinken. Tot het lunch was. (lacht) Dan zit je daar aan tafel in die natte kleren, ingepakt in een dikke badjas te bibberen. En die natte botten elke ochtend weer moeten aantrekken, verschrikkelijk! Na twee weken leek ik wel Tsjernobylvoeten te hebben.”

“De twee weken duikerstraining die Koen en ik voor de rol kregen, heeft wel één gigantisch pluspunt: ik heb erna zelf mijn duikbrevet gehaald. Die onderwaterscènes waren dus afzien, maar ik heb er wel een grote liefde voor het duiken aan overgehouden. Zo ben ik laatst nog in de Rode Zee gaan duiken, binnenkort ga ik naar de Galapagoseilanden.”

‘Torpedo’ mikt op het grote publiek. Daarmee sla je een andere weg in, als we de vergelijking maken met de rollen die je sinds ‘Bo’ speelde, op de planken met ‘JR’ of in de halve cultreeks ‘Generatie B’. Een bewuste keuze?

“Ik krijg vaak de vraag: ‘Is dit dan je comeback?’, want mensen herinneren zich enkel nog die rol. Terwijl ik denk: ‘Nee, dit is het begin.’ Weet je, toen ik zoveel jaar geleden ‘Bo’ heb gedaan, werd er plots zoveel van mij verwacht. En ik was ocharme een meisje van zestien dat nog gewoon in het derde middelbaar zat. Daarom zeg ik: mijn diploma halen, mijn theateropleiding in Maastricht afronden, dáár ben ik de laatste jaren mee bezig geweest. Mezelf als acteur ontdekken, en als mens. Wat kan ik, wat wil ik kunnen? Die eerdere rollen die je opsomde speelde ik bij wijze van spreken tussen de soep en de patatten.”

“Kortom, het voelt niet als een comeback, of een keuze, of wat dan ook. Ik ben gewoon mijn gangetje gegaan. Eerst mijn opleiding, dan de grote rol. Want twee dagen nadat ik in Maastricht mijn diploma haalde, begon ik met de opnames van ‘Torpedo’. Dat ik direct hierna twee series, ‘De Kraak’ en ‘Fair Trade’, kon beginnen filmen, en nu nog een Nederlandse serie, is niettemin fantastisch.”

Een van jouw tegenspelers, Joren Seldeslachts, vertelde eerder dat hij als jonge gast moeite had met alle aandacht die hem te beurt viel na zijn rol in ‘Blinker’. Werd je daar als zestienjarige ook door overvallen?

“Ik maakte hetzelfde mee als Joren, zij het in mindere mate. ‘Ben jij dat meisje van Bo?’, moest ik overal horen. Dat blijft je achtervolgen. Een last zou ik het niet noemen, maar het tekent je wel. Omdat dat beeld dat op je geplakt wordt maar moeilijk van je af te schudden is. En ergens jaagt het je een zekere schrik aan. Als zestienjarige werd ik voor de leeuwen gegooid: de kranten, talkshows… En ik was toen nog niet volwassen genoeg om daarmee om te gaan, om mezelf te presenteren als een serieus acteur. Nu weet ik wat er op me afkomt en kan ik me er beter tegen wapenen. Maar doordat het weer even geleden is, is die drempel ondertussen weer wat opgehoopt. Als je in relatieve stilte met je vak bezig bent, vergeet je soms dat die aandacht erbij hoort.”

“Weet je, ik ben tot het besef gekomen dat het maar goed is dat ik vanaf mijn zestiende niet als een gek projecten ben beginnen aannemen. Wie weet was ik dan nu al helemaal uitgeblust.”

Wat me opviel toen ik interviews uit die periode herlas, is dat je toen al op je strepen stond: ‘Geen naaktscènes’. Zit dat dan in jouw karakter?

“Ik ben iemand die heel goed weet wat ze wil, en niet wil. En zeker in het geval van naaktscènes is dat erg belangrijk, omdat het voor mij delicaat is. Zeg nooit nooit, maar dat is iets waar ik heel beschermend ben tegenover mezelf. In onze mediawereld wordt dat niet altijd juist ontvangen. Als jonge actrice is het oppassen: film je in lingerie of bikini, sta je meteen op mokkels.nl met een hoop weinig flatterende shots. Of uitvergroot in een boekje. Dat soort zaken neem je nu eenmaal mee als actrice wanneer je voor een vrijscène staat. Dus wordt het: een bil in beeld, het aansnijden van een vrijpartij, maar toch liever niet naakt in beeld.”

Met al die rollen in het verschiet lijkt de trein vertrokken voor jou. Waar ligt jouw ambitie?

“Is het raar om te zeggen dat het even mag lopen zoals het nu loopt? De interessante rollen zijn er, zowel hier als in het buitenland. Als acteur in Vlaanderen krijg je dan meteen die vraag: ‘En nu Hollywood?’ Ja, fijn als ze bellen, maar de grote droom waarvoor alles zou moeten wijken is dat allesbehalve. Ik zit bovendien in een luxepositie omdat ik nog geen gezin moet onderhouden. Dus kan ik kieskeurig zijn voor de projecten die ik aanneem en de mensen met wie ik samenwerk. Binnen dit en tien jaar heb ik misschien andere prioriteiten in het leven. Maar nu zou ik liever in de horeca gaan bijklussen dan projecten te doen waar ik totaal niet achtersta.”

(abrupt) “Op termijn zou ik graag iets doen met theater voor mensen met een beperking, zoals ze bij Theater Stap doen. Ik heb ook nog twee jaar orthopedagogie erbij gestudeerd, wist je dat? Ik heb daar een immense fascinatie voor. Als je gaat improviseren met die mensen, komen er zulke mooie, bijzondere dingen uit. Zij hebben gewoon andere hersenkronkels, dat zorgt voor magie. Ik heb er ook mijn eindwerk over gemaakt in Maastricht.”

Pik je als actrice daar dan iets van op, die ongeremdheid van je tegenspelers?

“Bwoh, ik, geremd? Niet echt hé, dat heb je nu al wel gemerkt. (lacht) Ik zou soms zelfs een beetje geremder zijn. Sommige acteurs zijn bizar genoeg heel erg introvert. Dat kan ik niet zeggen. Ik kan het niet ontkennen: ik sta graag in de schijnwerpers, en dat is misschien ook de reden waarom ik mijn job zo graag doe. Acteren was altijd de kinderdroom, maar dan wel op de planken. Daar ligt mijn hart.”

‘Torpedo’, vanaf 23 oktober in de bioscoop.

Gebruikersavatar
Roy Orbison
Oldie
Oldie
Berichten: 31714
Lid geworden op: 24 jan 2016, 10:25

Re: Kill the paywall

Bericht door Roy Orbison » 13 nov 2019, 20:27

Artikel hnb over undercover in bol.com aub

Gebruikersavatar
Freethielsupporter
W-Beveren
Berichten: 9954
Lid geworden op: 27 mei 2016, 17:48

Re: Kill the paywall

Bericht door Freethielsupporter » 13 nov 2019, 22:17

Roy Orbison schreef:
13 nov 2019, 20:27
Artikel hnb over undercover in bol.com aub

Deze journalist ging vijf weken undercover bij Bol.com en kwam terug met een pak ranzige verhalen


Over enkele weken stapelen de wit-blauwe Bol.com-dozen zich weer op, in aanloop naar Sinterklaas en de feestdagen. Honderdduizenden pakketjes vliegen dan dagelijks de distributiecentra uit. De Nederlandse journalist Jeroen van Bergeijk ging vijf weken undercover in het kloppend hart van Bol.com, en kwam terug met ranzige verhalen over teruggezonden pakjes, hoge werkdruk en de sfeer bij arbeidsmigranten. “Het was haast een soort apartheid.”

“Vóór 23.59 uur besteld, morgen in huis.” Hoe Bol.com het klaarspeelt is voor velen een raadsel. De distributiecentra van webwinkels zijn even geheimzinnig als efficiënt.

Gruwelverhalen over de Amerikaanse en Britse magazijnen van Amazon doen weinig goeds vermoeden. Dus ging auteur Jeroen van Bergeijk undercover bij een distributiecentrum van Bol.com in het Nederlandse Waalwijk.

Hij ondervond meteen de strikte regels binnen het bedrijf. Van Bergeijk moet een zwart T-shirt aan en persoonlijke spullen gaan in een kluisje. Gsm, ringen en horloges: niets is toegelaten dat Bol.com zelf verkoopt. Dat is dus nagenoeg alles. De meegenomen lunch moet in een doorzichtig zakje en een portefeuille mag wel, mits er geen condooms inzitten. Want ook die kan u online bestellen.

Gebruikte seksspeeltjes


Het raamloze gebouw is zo’n acht voetbalvelden groot. Het bestaat uit meerdere verdiepingen van lage, donkere gangen waar het tl-licht aanfloept als iemand binnenloopt. ‘Orderpickers’ lopen er kriskras door elkaar. Met een boodschappenmandje en barcodescanner zoeken ze naar de bestellingen. In de schijnbaar eindeloze schappen flitst werkelijk alles voorbij: stofzuigers, blikken Whiskas, Lego, wandklokken, airfryers. Noem maar op.

Van Bergeijk begon zelf op de afdeling Retouren. Daar stromen op een rolband de teruggestuurde pakjes binnen, zo’n 10.000 per dag. Die moest hij controleren op hun inhoud. Alles prima? Dan mag het opnieuw naar de webwinkel. Afgeschreven producten – en dat zijn de meeste – gaan naar een opkoper.

“Goed voor je mensbeeld is dat werk niet. Ik snap niet hoe iemand het in zijn of haar hoofd haalt om een stofzuiger te bestellen, te gebruiken en na een maand terug te sturen met de boodschap dat die niet past in de woonkamer”, vertelt Van Bergeijk. “Promoties zagen we ook vaak terugkomen. De airfryer in aanbieding werd twee weken later massaal teruggestuurd.”

Over de werksfeer klaagt de journalist niet. Verhalen als bij Amazon, dat werknemers zou uitpersen in nauwelijks menswaardige omstandigheden, zijn er niet. “Retouren was zelfs best een plezierige omgeving. Alles verloopt vriendelijk, pauzetijden worden gerespecteerd en je mag ook gewoon naar de wc.” Het werk is wel smerig. In zijn boek staan enkele gore verhalen die op de afdeling de ronde doen, bijvoorbeeld over niet gezuiverde seksspeeltjes.

Allemaal slapen in vakantiepark

Op Retouren werken voornamelijk Nederlanders, omdat je de taal moet beheersen. De orderpickers zijn veelal buitenlandse werkkrachten. “Na mijn overplaatsing veranderde de sfeer. In de gangen ben je continu bezig. Mensen lopen daar zo’n 20 à 25 kilometer per dag pakjes te verzamelen. Lijsten hingen op met je ratio per minuut. Het streefdoel is drie pakjes. Ik haalde hoogstens 1,4.”

Aan het einde van de shift moet het personeel door een bodyscanner, een soort douchecabine om diefstal tegen te gaan. “Soms was het een kwartier aanschuiven vooraleer je in de buitenlucht stond”, zegt Van Bergeijk, die daarna niet gewoon naar huis ging, maar naar een aftands vakantiepark nabij de Efteling. Het is de plek waar veel arbeidsmigranten verblijven.

“Ik vond het schokkend om te realiseren dat er een soort parallelle wereld bestaat. Arbeidsmigranten werken en wonen op plaatsen waar Nederlanders dat niet willen. Ze hebben hun eigen winkels en kerk. Het is haast een soort apartheid”, zegt Van Bergeijk.

Voor 10 euro bruto per uur, 80 cent boven het Nederlandse minimumloon, worden voornamelijk Oost-Europeanen door uitzendbureaus lekker gemaakt om te verhuizen. Over de rol van die bureaus heeft Van Bergeijk geen goed woord. “Sommige beloven een vast contract, maar in werkelijkheid is de flexibiliteit doorgeschoten. Je weet pas op vrijdag, soms zaterdag, hoeveel uur je volgende week moet doen. Soms zijn dat er 40, dan weer veel minder.”

Na anderhalf jaar verliezen heel wat buitenlanders hun werk. Een vast contract is dan verplicht, maar weinigen krijgen het. Omdat uitzendbureaus vaak ook de woonst regelen, betekent het verlies van werk ook verlies van verblijf. Die complete afhankelijkheid van het bureau vindt Van Bergeijk problematisch. “Iedereen schuift de verantwoordelijkheid af. Waarom zich om hen bekommeren als ze toch niet blijven?”

“Geen Bol.com-basher”

Of hij na zijn vijf weken undercover nog weleens iets bestelt bij een webshop? Het is een vraag die Van Bergeijk wel vaker krijgt. Het antwoord is ja, en ook bij Bol.com. “Mensen mogen dat zeker ook blijven doen. Maar ik wil met mijn boek wel een soort bewustzijn creëren. Dat je weet wat er allemaal schuilgaat achter het anonieme pand. Maar de oplossing ligt niet bij de individuele consument. Wel bij Bol.”

Jeroen van Bergeijk, ‘Binnen bij bol.com: undercover bij de winkel van ons allemaal’, Querido Fosfor, 15 euro.

Reactie Bol.com: “We hebben niets te verbergen”


Bol.com licht toe dat het pand waarin de journalist werkte geen pand is van Bol.com zelf, wel van partner Ingram Micro dat voor de webshop pakketten verwerkt. Bol.com heeft nog een eigen distributiecentrum in Waalwijk dat onlangs gebouwd werd. “Het nieuwe pand heeft voldoende natuurlijk licht, open werkruimtes en een continue toevoer van frisse lucht. Dat betekent niet dat het andere pand slecht is, maar het is wel jaren geleden volgens andere standaarden gebouwd”, zegt een woordvoerder van Bol.com, die beklemtoont dat het bedrijf “niets te verbergen heeft”.

Over arbeidsmigranten zegt de woordvoerder dat in de eigen buurt onvoldoende medewerkers worden gevonden. “Daarom zoeken we soms in andere delen van Europa. Zij werken hier volgens de Nederlandse voorwaarden. De huisvesting is niet onze eerste verantwoordelijkheid, dat gaat via uitzendbureaus. Maar we kennen het aandachtspunt en blijven betrokken.”

Gebruikersavatar
John
Oldie
Oldie
Berichten: 27892
Lid geworden op: 15 mar 2016, 17:14

Re: Kill the paywall

Bericht door John » 14 nov 2019, 00:02